Strafrecht overig
Beschikking, gijzeling getuige ex art. 221 Sv. Ontvankelijkheid cassatieberoep na beëindiging gijzeling. Hof…
Hoge Raad, 8 december 2020
ECLI:NL:HR:2020:1961 · Hoge Raad · 8 december 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2020-1961
Zaakgegevens
Op 8 december 2020 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 december 2020
- Datum publicatie
- 7 december 2020
- Zaaknummer
- 20/02034
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:1961
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beschikking, gijzeling getuige ex art. 221 Sv. Ontvankelijkheid cassatieberoep na beëindiging gijzeling. Hof heeft betrokkene (getuige) n-o verklaard in zijn h.b. tegen beschikking Rb tot in gijzeling houden getuige. HR: Op redenen vermeld in CAG zal HR cassatieberoep van betrokkene niet in behandeling nemen. CAG: In ECLI:NL:HR:1997:AB9988 is bepaald dat getuige die reeds uit gijzeling is ontslagen, n-o is in zijn cassatieberoep tegen afwijzing van verzoek tot ontslag uit gijzeling, wegens gebrek aan belang. Uit ingewonnen detentiegegevens is gebleken dat gijzeling van betrokkene inmiddels is beëindigd. Volgt n-o verklaring van beroep.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 oktober 2020
ECLI:NL:PHR:2020:943Hoge Raad · 8 december 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:1961
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/02034 B
Datum 8 december 2020
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 juli 2020, nummer AV 000723-20, in de zaak
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de betrokkene.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad zal het cassatieberoep van de betrokkene niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 december 2020.