Strafrecht overig
Conclusie AG. Gijzeling van een getuige, art. 221 en 223 Sv. Omdat de gijzeling van de getuige reeds is…
Parket bij de Hoge Raad, 27 oktober 2020
ECLI:NL:PHR:2020:943 · Parket bij de Hoge Raad · 27 oktober 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2020-943
Zaakgegevens
Op 27 oktober 2020 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 oktober 2020
- Datum publicatie
- 12 oktober 2020
- Zaaknummer
- 20/02034
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2020:943
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Conclusie AG. Gijzeling van een getuige, art. 221 en 223 Sv. Omdat de gijzeling van de getuige reeds is beëindigd, adviseert de AG de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren wegens gebrek aan belang (vgl. ECLI:NL:HR:1997:AB9988, NJ 1998/227).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 oktober 2020deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2020:943
Hoge Raad · 8 december 2020
ECLI:NL:HR:2020:1961
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 20/02034 B
Zitting 27 oktober 2020
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de betrokkene.
-
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft bij beschikking van 1 juli 2020 het hoger beroep van de betrokkene tegen een beschikking van de rechtbank ex art. 223 lid 2 Sv niet-ontvankelijk verklaard.
-
Het gaat in deze zaak om de gijzeling van de betrokkene op 22 juni 2020 omdat hij naar het oordeel van de rechter-commissaris als opgeroepen getuige had geweigerd ‘’zonder wettigen grond’’ op de gestelde vragen te antwoorden als bedoeld in art. 221 lid 1 Sv. De rechtbank heeft het bevel van de rechter-commissaris vervolgens op 24 juni 2020 ingevolge art. 221 lid 2 Sv op 24 juni 2020 bekrachtigd en beslist dat de betrokkene in gijzeling zal worden gehouden voor maximaal 12 dagen. De betrokkene heeft hiertegen hoger beroep ingesteld. Het hof heeft de betrokkene op 1 juli 2020 niet-ontvankelijk verklaard omdat op grond van art. 445 Sv tegen een bevel tot gijzeling geen rechtsmiddel open staat en uit de stukken niet blijkt dat de betrokkene de rechtbank op grond van art. 223 Sv heeft verzocht om te worden ontslagen uit de gijzeling, in welk laatste geval wel hoger beroep had opengestaan.
-
Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene en mrs. R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, advocaten te Rotterdam, hebben op 16 september 2020 één middel van cassatie voorgesteld dat zich richt tegen de vaststelling van het hof dat de betrokkene niet heeft verzocht om uit de gijzeling te worden ontslagen. Tot bespreking van dit middel kom ik gelet op het volgende echter niet toe.
-
De Hoge Raad heeft in een beschikking van 7 oktober 1997 bepaald dat een getuige, die reeds uit de gijzeling is ontslagen, niet-ontvankelijk is in zijn cassatieberoep tegen de afwijzing van zijn verzoek tot ontslag uit de gijzeling, wegens gebrek aan belang. Uit namens mij ingewonnen detentiegegevens is gebleken dat de gijzeling van betrokkene met ingang van 4 juli 2020 is beëindigd. Dat betekent dat de betrokkene dus niet-ontvankelijk is in zijn cassatieberoep.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden