Strafrecht overig

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 18/05453.

Zaakgegevens

Op 26 mei 2020 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26 mei 2020
Datum publicatie
25 mei 2020
Zaaknummer
18/05223
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:913
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 18/05453.

Procesgang

  1. Rechtbank Midden-Nederland · 27 november 2015

    ECLI:NL:RBMNE:2015:8922
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 5 december 2018

    ECLI:NL:GHARL:2018:10813

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 31 maart 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:504
  4. Hoge Raad · 26 mei 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:913

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/05223

Datum 26 mei 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 december 2018, nummer 21/006953-15, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 mei 2020.