Strafrecht overig
Geen middelen in gediend, verdachte n-o. Samenhang met 18/05453.
Parket bij de Hoge Raad, 31 maart 2020
ECLI:NL:PHR:2020:504 · Parket bij de Hoge Raad · 31 maart 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2020-504
Zaakgegevens
Op 31 maart 2020 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 maart 2020
- Datum publicatie
- 20 mei 2020
- Zaaknummer
- 18/05223
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2020:504
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Geen middelen in gediend, verdachte n-o. Samenhang met 18/05453.
Procesgang
Rechtbank Midden-Nederland · 27 november 2015
ECLI:NL:RBMNE:2015:8922Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 5 december 2018
ECLI:NL:GHARL:2018:10813(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 31 maart 2020deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2020:504
Hoge Raad · 26 mei 2020
ECLI:NL:HR:2020:913
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 18/05223
Zitting 31 maart 2020
CONCLUSIE
E.J. Hofstee
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.
-
De verdachte is bij arrest van 5 december 2018 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens “feitelijke leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van oplichting, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden voorwaardelijk (met een proeftijd van twee jaren), en tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, met aftrek van het voorarrest. Voorts heeft het hof de benadeelde partijen in hun vorderingen tot schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard, een en ander zoals in het arrest vermeld.
-
Er bestaat samenhang met de zaak 18/05453. Ook in die zaak zal ik vandaag concluderen.
-
Namens de verdachte is tijdig beroep in cassatie ingesteld. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens de verdachte geen middelen van cassatie voorgesteld.
-
Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient de verdachte in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
-
Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden