Strafrecht overig

Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen van handel in cocaïne. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o…

Hoge Raad, 7 september 2021

Zaakgegevens

Op 7 september 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 september 2021
Datum publicatie
3 september 2021
Zaaknummer
20/00277
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1219
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen van handel in cocaïne. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang met 20/00154, 20/00153 en 20/00272.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2020

    ECLI:NL:GHARL:2020:364
  2. Conclusie A-G · 8 juni 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:797
  3. Hoge Raad · 7 september 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:1219

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/00277 P

Datum 7 september 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 januari 2020, nummer 21-004219-18, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,

hierna: de betrokkene.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de betrokkene een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de betrokkene niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 in samenhang met artikel 511h van het Wetboek van Strafvordering).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 september 2021.