Strafrecht overig
Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen van handel in cocaïne. Verdachte n-o in cassatieberoep, geen middelen…
ECLI:NL:PHR:2021:797 · Parket bij de Hoge Raad · 8 juni 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2021-797
Zaakgegevens
Op 8 juni 2021 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 juni 2021
- Datum publicatie
- 6 september 2021
- Zaaknummer
- 20/00277
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2021:797
Samenvatting
Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen van handel in cocaïne. Verdachte n-o in cassatieberoep, geen middelen ingediend. Samenhang met 20/00154, 20/00153 en 20/00272.
Procesgang
Uitspraak · 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:364Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 juni 2021deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2021:797
Hoge Raad · 7 september 2021
ECLI:NL:HR:2021:1219
Conclusie
Inhoudsopgave
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 20/00277 P
Zitting 8 juni 2021
CONCLUSIE
F.W. Bleichrodt
In de zaak
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de betrokkene.
-
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft het door de betrokkene verkregen wederrechtelijk verkregen voordeel bij uitspraak van 15 januari 2020 vastgesteld op € 25.014,00 en hem de verplichting opgelegd tot betaling van dat geldbedrag aan de Staat.
-
De zaak hangt samen met de zaken met zaaknummers 20/00154 ( [medeverdachte 1] ), 20/00153 ( [medeverdachte 1] ) en 20/00272 ( [medeverdachte 3] ). In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
-
Namens de betrokkene is beroep in cassatie ingesteld. Er is geen schriftuur ingediend.
-
De aanzegging in cassatie is op 12 september 2020 in persoon aan de betrokkene uitgereikt op het adres [a-straat 1] te [plaats] . Aldus is de aanzegging overeenkomstig art. 36e, eerste lid, onder b, Sv rechtsgeldig betekend.
5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, in samenhang met art. 511h Sv niet in acht genomen, zodat de betrokkene niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden