Strafrecht overig
Profijtontneming. Cassatieberoep te laat ingesteld, art. 432.1.a jo. 511h Sv. Volgens art. 432.1.a jo. 511h…
Hoge Raad, 5 oktober 2021
ECLI:NL:HR:2021:1414 · Hoge Raad · 5 oktober 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2021-1414
Zaakgegevens
Op 5 oktober 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 oktober 2021
- Datum publicatie
- 30 september 2021
- Zaaknummer
- 20/01099
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:1414
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Profijtontneming. Cassatieberoep te laat ingesteld, art. 432.1.a jo. 511h Sv. Volgens art. 432.1.a jo. 511h Sv moet cassatieberoep worden ingesteld binnen 14 dagen na einduitspraak als betrokkene op tz. of nadere tz. is verschenen. Volgens stukken is betrokkene op tz. in h.b. verschenen. Daarom had cassatieberoep moeten worden ingesteld binnen 14 dagen na einduitspraak van hof van 5-3-2020. Beroep is echter pas ingesteld op 20-3-2020. Dit brengt mee dat HR cassatieberoep niet in behandeling kan nemen. Betrokkene n-o.
Procesgang
Uitspraak · 2020
ECLI:NL:GHSHE:2020:862Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 juli 2021
ECLI:NL:PHR:2021:906Hoge Raad · 5 oktober 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:1414
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/01099 P
Datum 5 oktober 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 maart 2020, nummer 20-002871-17, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de betrokkene.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft R.J.M. Oerlemans, advocaat te ’s-Hertogenbosch, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft op 6 juli 2021 geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Bij aanvullende conclusie van 14 september 2021 heeft hij geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het ingestelde beroep.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Volgens artikel 432 lid 1, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 511h van het Wetboek van Strafvordering moet het cassatieberoep binnen veertien dagen na de einduitspraak worden ingesteld als de betrokkene op de terechtzitting of nadere terechtzitting is verschenen.
Volgens de stukken is de betrokkene op de terechtzitting van het hof van 23 januari 2020 verschenen. Gelet op het voorgaande had daarom het cassatieberoep moeten worden ingesteld binnen veertien dagen na de einduitspraak van het hof van 5 maart 2020. Het beroep is echter pas ingesteld op 20 maart 2020. Dit brengt mee dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling kan nemen.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 oktober 2021.