Strafrecht overig

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 19/05811.

Zaakgegevens

Op 5 oktober 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 oktober 2021
Datum publicatie
5 oktober 2021
Zaaknummer
19/05817
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1445
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 19/05811.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 13 juli 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:905
  2. Hoge Raad · 5 oktober 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:1445

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/05817

Datum 5 oktober 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 16 december 2019, nummer 22-002755-15, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

De procureur-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde cassatieberoep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 oktober 2021.