Strafrecht overig

Met 19/01785 en 19/01840 samenhangende peek (geen schriftuur, beroep n-o).

Zaakgegevens

Op 12 oktober 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 oktober 2021
Datum publicatie
11 oktober 2021
Zaaknummer
19/01900
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1493
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Met 19/01785 en 19/01840 samenhangende peek (geen schriftuur, beroep n-o).

Procesgang

  1. Rechtbank Oost-Brabant · 25 juli 2016

    ECLI:NL:RBOBR:2016:3967
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 5 april 2019

    ECLI:NL:GHSHE:2019:1397

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 31 augustus 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:968
  4. Hoge Raad · 12 oktober 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:1493

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/01900

Datum 12 oktober 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 april 2019, nummer 20-002450-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 oktober 2021.