Strafrecht overig

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op geldbedrag onder ander t.z.v. verdenking van witwassen. Ontvankelijkheid…

Zaakgegevens

Op 22 november 2022 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 november 2022
Datum publicatie
18 november 2022
Zaaknummer
21/01841
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1709
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op geldbedrag onder ander t.z.v. verdenking van witwassen. Ontvankelijkheid cassatieberoep na last tot handelen als ware voorwerp verbeurdverklaard a.b.i. art. 116.2.c Sv, art. 134.2 Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG kan HR beroep niet in behandeling nemen. CAG: Er zijn voldoende aanknopingspunten om te kunnen vaststellen dat beslag ex art. 134.2 Sv is geëindigd. Dit brengt mee dat klager bij gebrek aan belang niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.

Klager n-o.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 4 oktober 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:872
  2. Hoge Raad · 22 november 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1709

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/01841 B

Datum 22 november 2022

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 23 april 2021, nummer RK 21/001086, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,

hierna: de klager.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in zijn beroep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de klager niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 november 2022.