Strafrecht overig

Profijtontneming, w.v.v. uit witwassen, valsheid in geschrift en andere feiten. Heeft hof reeds berechte…

Hoge Raad, 10 mei 2022

Zaakgegevens

Op 10 mei 2022 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 mei 2022
Datum publicatie
21 april 2022
Zaaknummer
21/02079
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:626
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Profijtontneming, w.v.v. uit witwassen, valsheid in geschrift en andere feiten. Heeft hof reeds berechte strafbare feiten ten grondslag heeft gelegd aan schatting van w.v.v.? HR: art. 81.1 RO.

Vervolg op 19/03480 (niet gepubliceerd; strafzaak, art. 80a RO).

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 5 april 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:441
  2. Hoge Raad · 10 mei 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:626

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/02079 P

Datum 10 mei 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 4 mei 2021, nummer 22-005490-19, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,

hierna: de betrokkene.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 mei 2022.