Strafrecht overig
Vervalsen van dwarsprofieltekening, art. 225.1 Sr. Vrijspraak eerste aanleg. Bewijsklachten. HR: Om redenen…
ECLI:NL:HR:2023:1267 · Hoge Raad · 19 september 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2023-1267
Zaakgegevens
Op 19 september 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 september 2023
- Datum publicatie
- 18 september 2023
- Zaaknummer
- 22/00496
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:1267
Samenvatting
Vervalsen van dwarsprofieltekening, art. 225.1 Sr. Vrijspraak eerste aanleg. Bewijsklachten. HR: Om redenen vermeld in CAG faalt middel. CAG: Hof heeft uit bewijsmiddelen kunnen afleiden dat verdachte de persoon is geweest die dwarsprofieltekening heeft aangepast op zodanige wijze dat het leek alsof baggerwerkzaamheden voldeden aan daaraan door opdrachtgever gestelde eisen, dat verdachte wist dat wijzigingen die hij had aangebracht in strijd met werkelijkheid waren en dus opzet had op vervalsen van dwarsprofieltekening en dat verdachte oogmerk had dat door hem aangepaste tekening zou worden gebruikt en aldus dwarsprofieltekening heeft vervalst met oogmerk om geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.
Volgt verwerping.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 juni 2023
ECLI:NL:PHR:2023:818Hoge Raad · 19 september 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:1267
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/00496
Datum 19 september 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 februari 2022, nummer 21-002895-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouw van de verdachte en D.W.E. Sternfeld, advocaat te Amsterdam, hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring, voor zover inhoudende dat de verdachte een dwarsprofieltekening heeft vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, ontoereikend is gemotiveerd.
Het cassatiemiddel faalt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 26 tot en met 45.
4 Beoordeling van het derde cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
Het cassatiemiddel is gegrond. In het licht van de aan de verdachte opgelegde geheel voorwaardelijke taakstraf van honderd uren, subsidiair vijftig dagen hechtenis, volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.
5 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 september 2023.