Strafrecht overig

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 21/01003 en 21/01220.

Zaakgegevens

Op 7 maart 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 maart 2023
Datum publicatie
3 maart 2023
Zaaknummer
21/01728
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:338
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 21/01003 en 21/01220.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 9 maart 2021

    ECLI:NL:GHSHE:2021:819
  2. Conclusie A-G · 13 december 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:1165
  3. Hoge Raad · 7 maart 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:338

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/01728

Datum 7 maart 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 maart 2021, nummer 20-000390-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het ingestelde beroep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 maart 2023.