Strafrecht overig

Mishandeling door vrouw na woordenwisseling in supermarkt onderuit te trappen, art. 300.1 Sr. Vrijspraak in…

Zaakgegevens

Op 19 november 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 november 2024
Datum publicatie
15 november 2024
Zaaknummer
22/03664
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1675
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Mishandeling door vrouw na woordenwisseling in supermarkt onderuit te trappen, art. 300.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Noodweer, art. 41.1 Sr. HR: Op gronden vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft geoordeeld dat verdachte toen hij op aangeefster is afgelopen en in haar richting heeft gespuugd, zelf aanval heeft ingezet. Het handelen van verdachte dat volgde op het slaan door aangeefster tegen auto van verdachte met een tas (het opnieuw op aangeefster afgaan en het geven van duw en trap) vormt volgens hof niet een passende en geboden reactie. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk, nu hof ervan uitgaat dat het slaan van verdachte door aangeefster pas gebeurde nadat verdachte de aangeefster begon te duwen als reactie op het slaan met tas tegen auto.

Volgt verwerping.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 23 september 2022

    ECLI:NL:GHSHE:2022:3315
  2. Conclusie A-G · 8 oktober 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:993
  3. Hoge Raad · 19 november 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1675

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/03664

Datum 19 november 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 23 september 2022, nummer 20-001879-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.H.L. Antonides, advocaat in Roermond, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt over de verwerping door het hof van het beroep van de verdachte op noodweer met betrekking tot het onder 1 bewezenverklaarde.

2.2

Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.2 tot en met 2.9.

3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

4 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde taakstraf van tachtig uren volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

5 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 november 2024.