Strafrecht overig

Mishandeling, art. 300.1 Sr. Ontbrekende bewijsmiddelen, art. 359.3 en 359.8 Sv. HR: Om redenen vermeld in…

Hoge Raad, 16 april 2024

Zaakgegevens

Op 16 april 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 april 2024
Datum publicatie
15 april 2024
Zaaknummer
23/00215
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:607
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mishandeling, art. 300.1 Sr. Ontbrekende bewijsmiddelen, art. 359.3 en 359.8 Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: ‘s Hofs uitspraak bevat niet de o.g.v. art. 359.3 en 359.8 Sv vereiste b.m. die feiten en omstandigheden inhouden die redengevend zijn voor bewezenverklaring. Overeenkomstig Procesreglement HR heeft raadsman tijdig aan rolraadsheer HR verzocht alsnog in bezit te worden gesteld van afschrift van aanvulling b.m. a.b.i. art. 365a.2 Sv. Griffier hof heeft aan HR bericht dat zo’n aanvulling niet is opgemaakt.

Volgt vernietiging en terugwijzing.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 26 maart 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:430
  2. Hoge Raad · 16 april 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:607

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/00215

Datum 16 april 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 november 2018, nummer 21-005744-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat in Leeuwarden, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt dat het hof zijn verkorte uitspraak niet heeft aangevuld met de bewijsmiddelen die het hof heeft gebruikt.

2.2

Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 april 2024.