Zoeken naar rechterlijke uitspraken en jurisprudentie

Via Uitspraken.nl kunt u eenvoudig zoeken in onze online uitspraken databank door het invoeren van één of meerdere trefwoorden. Het is uiteraard ook mogelijk om te zoeken op wetsartikelen, zaaknummer, ECLI nummer of het oude LJN nummer.

Cassatie Strafrecht overig

11 juni 2024
ECLI:NL:HR:2024:731

Op 11 juni 2024 heeft de Hoge Raad een cassatie procedure behandeld op het gebied van strafrecht. Het zaaknummer is 22/03449, bekend onder ECLI code ECLI:NL:HR:2024:731.

Soort procedure
Instantie
Rechtsgebied
Zaaknummer(s)
22/03449
Datum uitspraak
11 juni 2024
Datum gepubliceerd
17 mei 2024
Vindplaatsen
  • RvdW 2024/633
  • SR-Updates.nl 2024-0122
Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/03449

Datum 11 juni 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 september 2022, nummer 21-005411-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte]
,

geboren te

[geboorteplaats]
op
[geboortedatum]
1958,

hierna: de verdachte.

1
Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.A.C. de Bruijn, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2
Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
2.1

Het cassatiemiddel klaagt dat het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak nietig zijn, omdat de volledige versie van de pleitnota die op de terechtzitting in hoger beroep door de raadsvrouw van de verdachte aan het hof is overgelegd, zich niet bij de stukken bevindt.

2.2

Volgens het proces-verbaal van die terechtzitting heeft de raadsvrouw van de verdachte daar het woord tot verdediging gevoerd. Het proces-verbaal houdt onder meer in:

“De raadsvrouw pleit overeenkomstig een op schrift gestelde pleitnota waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast moet worden beschouwd. Deze pleitnota zal aan dit proces-verbaal worden gehecht.”

2.3

De volledige versie van de pleitnota die in het proces-verbaal is vermeld, ontbreekt bij de stukken die aan de Hoge Raad zijn gezonden. Naar aanleiding van een door de raadsman op grond van artikel 4.3.6.3 van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden gedaan verzoek is bij het hof nadere informatie ingewonnen. Op grond van die informatie moet worden aangenomen dat de volledige versie van die pleitnota niet meer beschikbaar zal komen. De Hoge Raad kan daardoor niet nagaan of op de terechtzitting andere verweren zijn gevoerd of uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht dan die in de uitspraak van het hof zijn besproken. Het cassatiemiddel slaagt daarom.

3
Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.

4
Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juni 2024.