Strafrecht overig

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op bankrekening onder klaagster i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek tegen haar…

Zaakgegevens

Op 11 februari 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 februari 2025
Datum publicatie
30 januari 2025
Zaaknummer
22/04430
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:159
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op bankrekening onder klaagster i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek tegen haar partner. Ontvankelijkheid cassatieberoep, beëindiging beslag in cassatiefase. HR: Om redenen vermeld in CAG kan HR cassatieberoep van klaagster niet in behandeling nemen. CAG: Uit nadere inlichtingen blijkt dat na bestreden beschikking i.h.k.v. ontnemingsprocedure tegen partner van klaagster een schikking is getroffen a.b.i. art. 511c Sv. Die schikking houdt o.m. in dat saldo van bankrekening aan Staat wordt overgedragen. Daarmee is beslag geëindigd.

Klaagster n-o.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 3 december 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1289
  2. Hoge Raad · 11 februari 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:159

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/04430 B

Datum 11 februari 2025

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 12 september 2022, nummer RK 22/001379, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klaagster] ,

geboren op [geboortedatum] 1982,

hierna: de klaagster.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft J. Zevenboom, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd dat de klaagster nietont-vankelijk wordt verklaard in haar cassatieberoep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de klaagster niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2025.