Strafrecht overig
Medeplegen diefstal, art. 311.1.4 Sr. Vordering benadeelde partij (besloten vennootschap) t.z.v. materiële…
Hoge Raad, 15 april 2025
ECLI:NL:HR:2025:524 · Hoge Raad · 15 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-524
Zaakgegevens
Op 15 april 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 april 2025
- Datum publicatie
- 4 april 2025
- Zaaknummer
- 22/03997
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:524
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Medeplegen diefstal, art. 311.1.4 Sr. Vordering benadeelde partij (besloten vennootschap) t.z.v. materiële schade. Ontvankelijkheid vordering b.p. Is degene die vordering b.p. heeft ingesteld, bevoegd rechtspersoon te vertegenwoordigen? HR: Om redenen vermeld in HR:2025:523 faalt middel.
Volgt verwerping. CAG: anders. Samenhang met 22/03996.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 25 oktober 2022
ECLI:NL:GHSHE:2022:3724Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 februari 2025
ECLI:NL:PHR:2025:64Hoge Raad · 15 april 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:524
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/03997
Datum 15 april 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 oktober 2022, nummer 20-001580-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.J.N. Vermeij, advocaat in Den Haag, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat het hof de vordering van de benadeelde partij [A] B.V. ontvankelijk heeft geacht terwijl het hof niet heeft vastgesteld dat [betrokkene 1] , die namens deze benadeelde partij die vordering heeft ingesteld, daartoe bevoegd was en dat het hof om diezelfde reden het opleggen aan de verdachte van de schadevergoedingsmaatregel ontoereikend heeft gemotiveerd.
Voor zover het cassatiemiddel hierover klaagt, faalt het. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 22/03996, ECLI:NL:HR:2025:523.
3 Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
De Hoge Raad heeft ook de overige klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat ook deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
4 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 26 weken.
5 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze 25 weken beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 april 2025.