Strafrecht overig
Caribische zaak. Dood door schuld in het verkeer onder invloed van alcohol (art. 2:284.1 Sr) en rijden onder…
Hoge Raad, 1 juli 2025
ECLI:NL:HR:2025:958 · Hoge Raad · 1 juli 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-958
Zaakgegevens
Op 1 juli 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 juli 2025
- Datum publicatie
- 16 juni 2025
- Zaaknummer
- 24/00112
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:958
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Caribische zaak. Dood door schuld in het verkeer onder invloed van alcohol (art. 2:284.1 Sr) en rijden onder invloed (art. 22.1 Wegenverkeersverordening Curaçao 2000) door in Curaçao met 50 à 60 km/u een voetganger te scheppen. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht dood door schuld. Is sprake van schuld aan verkeersongeval a.b.i. art. 2:284.1 SrC? 2. Bewijsklacht rijden onder invloed. Verkeerde verdachte onder zodanige invloed van alcohol dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht a.b.i. art. 22.1 WVVC 2000? HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: Ad 1. Hof gaat ervan uit dat verdachte onvoldoende heeft opgelet in situatie waarin hij rekening moest houden met voetgangers op rijbaan. Ook alcoholgebruik van verdachte draagt volgens hof bij aan schuldverwijt dat verdachte moet worden gemaakt. Hof heeft kennelijk in aanmerking genomen dat alcohol het reactie- en waarnemingsvermogen kan verminderen. Gezien feit dat uit bewijsmiddelen blijkt dat verdachte ruim 2 uren na ongeval een bloedalcoholgehalte had van ruim 2 maal de wettelijke grens, is dit kennelijke oordeel niet onbegrijpelijk. Dat hof niet uitdrukkelijk op de door raadsman genoemde f&o is ingegaan en in vonnis niet wordt gerept over bijzondere zorgplicht of rechtsplicht en evenmin over gevaarzettend gedrag in of met auto waarin verdachte reed, doet niet af aan begrijpelijkheid van ’s hofs oordeel. Hof heeft over de door raadsman naar voren gebrachte omstandigheden kennelijk geen vaststellingen kunnen doen. Dit maakt ‘s hofs oordeel nog niet onbegrijpelijk. Ad 2. Hof heeft vastgesteld dat verdachte in de uren voorafgaand aan ongeval alcohol heeft genuttigd. Meer dan 2 uren na ongeval is bloedalcoholpromillage van 1,1 mg/ml aangetoond. Hof gaat ervan uit dat tijdsverloop tot geleidelijke afname van alcoholgehalte leidt, waardoor bloedalcoholpromillage in bloed van verdachte t.t.v. ongeval nog hoger moet zijn geweest. Verder heeft hof overwogen dat algemeen bekend is dat door alcoholgebruik het reactievermogen en waarnemingsvermogen afnemen en rijvaardigheid kan verminderen en dat deze invloed op rijvaardigheid reeds kan optreden bij gebruik van 2 (standaard)glazen alcoholhoudende drank, hetgeen neerkomt op promillage van 0,5 mg/ml. O.b.v. voorgaande heeft hof geoordeeld dat verdachte een auto heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van alcohol dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht. Dit oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is ook niet onbegrijpelijk.
Volgt verwerping.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 april 2025
ECLI:NL:PHR:2025:469Hoge Raad · 1 juli 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:958
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/00112 C
Datum 1 juli 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 14 december 2023, nummer H 90/22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Boksem bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
Het eerste cassatiemiddel komt op tegen het oordeel van het hof dat sprake is van schuld aan een verkeersongeval in de zin van artikel 2:284 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht Curaçao. Het tweede cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de verdachte onder zodanige invloed van alcohol verkeerde dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht zoals bedoeld in artikel 22 lid 1 van de Wegenverkeersverordening Curaçao 2000.
De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juli 2025.