Strafrecht overig

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op partij voorwerpen t.z.v. verdenking overtreding art. 18 Warenwet…

Hoge Raad, 24 juni 2025

Zaakgegevens

Op 24 juni 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 juni 2025
Datum publicatie
24 juni 2025
Zaaknummer
24/01015
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:991
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op partij voorwerpen t.z.v. verdenking overtreding art. 18 Warenwet. Ontvankelijkheid cassatieberoep i.v.m. vernietiging, art. 134.2.c Sv jo. 117 Sv.

O.b.v. door HR ingewonnen inlichtingen moet ervan worden uitgegaan dat inbeslaggenomen voorwerpen in november 2024 zijn vernietigd met machtiging van OvJ van 21-10-2024 a.b.i. art. 117 Sv. Hieruit volgt dat beslag inmiddels is beëindigd. Daarom zal HR cassatieberoep van klaagster niet in behandeling nemen.

Klaagster n-o. CAG: anders. Samenhang met 23/01629 B en 23/01638 B en met 23/02666 B en 24/01159 B (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o).

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/01015 B

Datum 24 juni 2025

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 4 december 2023, nummer RK 23/026388, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klaagster] B.V.,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,

hierna: de klaagster.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft de advocaat K. Canatan bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot niet-ontvankelijkverklaring van de klaagster in haar klaagschrift van 23 oktober 2023.

De raadsman van de klaagster heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1

Het gaat in deze zaak om de inbeslagneming onder de klaagster van 110 kilogram EU01 en 460 kilogram CLV03. De rechtbank heeft het klaagschrift van de klaagster dat strekt tot teruggave aan haar van de inbeslaggenomen voorwerpen op 4 december 2023 ongegrond verklaard.

2.2

Op basis van door de Hoge Raad ingewonnen inlichtingen moet ervan worden uitgegaan dat de inbeslaggenomen voorwerpen in november 2024 zijn vernietigd met een machtiging van de officier van justitie van 21 oktober 2024 als bedoeld in artikel 117 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv).

2.3

Artikel 134 lid 2 Sv luidt:

“Het beslag wordt beëindigd doordat hetzij

(...)

c. de machtiging als bedoeld in artikel 117 is verleend en het voorwerp niet om baat is vervreemd;

(...).”

2.4

Hieruit volgt dat het beslag inmiddels is beëindigd. Daarom zal de Hoge Raad het cassatieberoep van de klaagster niet in behandeling nemen.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 juni 2025.