Strafrecht overig

Medeplegen poging tot doodslag in kapperszaak, art. 287 jo. art. 45 Sr. Noodweer, art. 41.1 Sr. Kon hof…

Hoge Raad, 13 januari 2026

Zaakgegevens

Op 13 januari 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 januari 2026
Datum publicatie
12 januari 2026
Zaaknummer
24/00163
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:42
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen poging tot doodslag in kapperszaak, art. 287 jo. art. 45 Sr. Noodweer, art. 41.1 Sr. Kon hof oordelen dat lezing van verdachte dat slachtoffer als eerste mes tevoorschijn haalde, geen steun vindt in dossier?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/00162 en 24/00230 en met 24/00852 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 15 januari 2024

    ECLI:NL:GHARL:2024:341
  2. Conclusie A-G · 4 november 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:1182
  3. Hoge Raad · 13 januari 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:42

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/00163

Datum 13 januari 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 januari 2024, nummer 21-006082-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 januari 2026.