Strafrecht overig
Gebruik maken van valse Bulgaarse identiteitskaart (art. 231.2 Sr) en gebruik maken van vals Bulgaars…
Hoge Raad, 14 april 2026
ECLI:NL:HR:2026:598 · Hoge Raad · 14 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2026-598
Zaakgegevens
Op 14 april 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 april 2026
- Datum publicatie
- 10 april 2026
- Zaaknummer
- 23/04882
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:598
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Gebruik maken van valse Bulgaarse identiteitskaart (art. 231.2 Sr) en gebruik maken van vals Bulgaars rijbewijs (art. 225.2 Sr). Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep op de grond dat h.b. (door Belgische advocaat) niet overeenkomstig art. 450.1 Sv is ingesteld. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 432.1.c Sv. Kan uit mededeling van (onbevoegde) Belgische advocaat dat dagvaarding de verdachte in goede orde heeft bereikt, worden afgeleid dat verdachte tevoren bekend was met dag van tz. in h.b.?
Uit procesgang moet worden afgeleid dat verdachte met dag van tz. van hof van 27-7-2022 tevoren bekend was. Daarom had o.g.v. art. 432.1.c Sv cassatieberoep moeten worden ingesteld binnen 14 dagen na ’s hofs einduitspraak van 10-8-2022. Beroep is echter pas ingesteld op 13-12-2023. Dit brengt mee dat HR het cassatieberoep niet in behandeling kan nemen.
Verdachte n-o.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 10 augustus 2022
ECLI:NL:GHSHE:2022:2843Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 3 februari 2026
ECLI:NL:PHR:2026:133Hoge Raad · 14 april 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:598
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04882
Datum 14 april 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 augustus 2022, nummer 20-001300-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn cassatieberoep.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
In artikel 432 lid 1, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is bepaald dat het cassatieberoep moet worden ingesteld binnen veertien dagen na de einduitspraak als zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting of van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was.
De procesgang in deze zaak is weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.1. Daaruit moet worden afgeleid dat de verdachte met de dag van de terechtzitting van het hof van 27 juli 2022 tevoren bekend was. Daarom had op grond van artikel 432 lid 1, aanhef en onder c, Sv het cassatieberoep moeten worden ingesteld binnen veertien dagen na de einduitspraak van het hof van 10 augustus 2022. Het beroep is echter pas ingesteld op 13 december 2023. Dit brengt mee dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling kan nemen.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2026.