Strafrecht overig
Witwassen van geldbedrag (€ 39.990) in plastic zak tussen levensmiddelen in kast in woning van moeder van…
ECLI:NL:HR:2026:941 · Hoge Raad · 23 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2026-941
Zaakgegevens
Op 23 juni 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 juni 2026
- Datum publicatie
- 12 juni 2026
- Zaaknummer
- 24/00635
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:941
Samenvatting
Witwassen van geldbedrag (€ 39.990) in plastic zak tussen levensmiddelen in kast in woning van moeder van verdachte, art. 420bis.1 Sr. Grondslagverlating. Heeft hof de grondslag van tll. verlaten door bewezen te verklaren dat verdachte heeft gehandeld in strijd met art. 420bis.1.b Sr, terwijl tll. was toegesneden op art. 420bis.1.a Sr?
Tll. is toegesneden op handelen in strijd met artikel 420bis.1.a Sr. Door hof bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in art. 420bis.1.b Sr. Hof heeft dus iets anders bewezenverklaard dan was tlgd. Daarmee heeft hof de grondslag van tll. verlaten.
Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 21 februari 2024
ECLI:NL:GHSHE:2024:849Hoge Raad · 23 juni 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:941
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/00635
Datum 23 juni 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 februari 2024, nummer 20-002553-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’sHertogenbosch, teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten.
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
“hij op of omstreeks 27 september 2016 te [plaats] , althans in Nederland, van een voorwerp, te weten enig geldbedrag (totaal ongeveer 40.490 euro), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp was, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie een voorwerp voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat, dat voorwerp geheel of gedeeltelijk – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was uit enig misdrijf.”
Daarvan is ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:
“hij op 27 september 2016 te [plaats] , een voorwerp, te weten enig geldbedrag (totaal 39.990 euro) voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was uit enig misdrijf.”
Artikel 420bis lid 1 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) luidt:
“Als schuldig aan witwassen wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie:
a. hij die van een voorwerp de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de verplaatsing verbergt of verhult, dan wel verbergt of verhult wie de rechthebbende op een voorwerp is of het voorhanden heeft, terwijl hij weet dat het voorwerp – onmiddellijk of middellijk – afkomstig is uit enig misdrijf;
b. hij die een voorwerp verwerft, voorhanden heeft, overdraagt of omzet of van een voorwerp gebruik maakt, terwijl hij weet dat het voorwerp – onmiddellijk of middellijk – afkomstig is uit enig misdrijf.”
De tenlastelegging is toegesneden op handelen in strijd met artikel 420bis lid 1, aanhef en onder a, Sr. Het door het hof bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 420bis lid 1, aanhef en onder b, Sr. Het hof heeft dus iets anders bewezenverklaard dan was tenlastegelegd. Daarmee heeft het hof de grondslag van de tenlastelegging verlaten.
Het cassatiemiddel slaagt.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 juni 2026.