Strafrecht overig
Hoge Raad · Herziening · Strafrecht overig
ECLI:NL:HR:2006:AX6432 · Hoge Raad · 23 mei 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/herziening/ecli-nl-hr-2006-ax6432
Zaakgegevens
Op 23 mei 2006 heeft de Hoge Raad in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 mei 2006
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 00312/06 H
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- HerzieningHerzieningEen onherroepelijke uitspraak wordt opnieuw bekeken, omdat er nieuwe feiten zijn die de rechter niet kende.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2006:AX6432
Samenvatting
Herziening.
Uitspraak
23 mei 2006
Strafkamer
nr. 00312/06 H
IV/AM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van (a) een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Krijgsraad te velde West van 26 juni 1957, nummer 295/57, en (b) een arrest van de Hoge Raad van 20 december 2005, nummer 02700/05 H, ingediend door:
[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1920, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraken waarvan herziening is gevraagd
De Krijgsraad heeft bij het hiervoor onder (a) vermelde vonnis de aanvrager ter zake van "opzettelijke ongehoorzaamheid, gepleegd in tijd van oorlog" veroordeeld tot één week militaire detentie.
De Hoge Raad heeft bij het hiervoor onder (b) vermelde arrest de aanvrage tot herziening van dat vonnis niet-ontvankelijk verklaard.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. Wat betreft het vonnis onder (a) kan de aanvrage niet worden ontvangen nu zij niets behelst wat kan worden aangemerkt als een beroep op omstandigheden van feitelijke aard die - ware de Krijgsraad daarmee bekend geweest - zouden hebben geleid tot vrijspraak.
3.2. Wat betreft het arrest onder (b) kan de aanvrage niet tot herziening leiden, reeds omdat dat arrest niet is een einduitspraak houdende veroordeling in de zin van art. 457, eerste lid, Sv. De aanvrage kan derhalve ook in zoverre niet worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 23 mei 2006.