Strafrecht overig

Herziening. De HR heeft een eerdere aanvrage tot herziening van het vonnis van de Pr afgewezen. Aanvrage n.o…

Zaakgegevens

Op 7 april 2009 heeft de Hoge Raad in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 april 2009
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09/00223 H
Procedure
Herziening
ECLI
ECLI:NL:HR:2009:BI0262
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Herziening. De HR heeft een eerdere aanvrage tot herziening van het vonnis van de Pr afgewezen. Aanvrage n.o. nu zij steunt op gronden die in deze beslissing ongenoegzaam zijn geoordeeld.

Uitspraak

7 april 2009

Strafkamer

nr. 09/00223 H

SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Almelo van 4 april 2005, nummer 08/005450-04, ingediend door mr. R.F. Speijdel, advocaat te Enschede, namens:

[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951, wonende te [woonplaats].

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van "feitelijke aanranding van de eerbaarheid" veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, en tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van tachtig uren, subsidiair veertig dagen hechtenis. Voorts heeft de Politierechter de vordering van de benadeelde partij toegewezen zoals in het vonnis vermeld en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

2. De aanvrage tot herziening

De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Beoordeling van de aanvrage

Bij arrest van de Hoge Raad van 23 mei 2006, LJN AX6437 is een eerdere aanvrage tot herziening van het vonnis van de Politierechter afgewezen. Nu de aanvrage steunt op gronden die in deze beslissing ongenoegzaam zijn geoordeeld, kan zij niet worden ontvangen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en C.H.W.M Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 7 april 2009.