Strafrecht overig

Hoge Raad · Herziening · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 3 juli 2012 heeft de Hoge Raad in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
3 juli 2012
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
11/03219 H
Procedure
Herziening
ECLI
ECLI:NL:HR:2012:BW9980
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Herziening.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 3 juli 2012deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2012:BW9980

  2. Conclusie A-G · 3 juli 2012

    ECLI:NL:PHR:2012:BW9980

Uitspraak

3 juli 2012

Strafkamer

nr. S 11/03219 H

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Amsterdam van 14 april 2011, nummer 13/027147-11, ingediend door mr. Th.O.M. Dieben, advocaat te Amsterdam, namens:

[Aanvrager], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987, domicilie kiezende ten kantore van zijn raadsman.

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van "openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen" veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden, waarvan een maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

2. De aanvrage tot herziening

2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrager voert daartoe aan dat het onderzoek van de zaak zou hebben geleid tot

niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging indien de Politierechter destijds bekend zou zijn geweest met de omstandigheid dat de onder parketnummer 13/650114-11 aangebrachte zaak was geseponeerd.

3. De conclusie van de Advocaat-Generaal

3.1. De Advocaat-Generaal Silvis heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage zal afwijzen.

3.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van een nadat de conclusie van de Advocaat-Generaal is genomen nog ingekomen schrijven van de raadsman van de aanvrager, gedateerd 6 juni 2012.

4. Beoordeling van de aanvrage

Op de door de Advocaat-Generaal in zijn conclusie genoemde gronden kan de door de aanvrager gestelde omstandigheid niet worden aangemerkt als een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrage is dus ongegrond en moet ingevolge art. 468 Sv worden afgewezen.

5. Beslissing

De Hoge Raad wijst de aanvrage tot herziening af.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 3 juli 2012.