Strafrecht overig

Herziening. Persoonsverwisseling. Aanvraag gegrond.

Zaakgegevens

Op 21 april 2015 heeft de Hoge Raad in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 april 2015
Datum publicatie
21 april 2015
Zaaknummer
14/04152, 14/04155, 14/04156
Procedure
Herziening
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:1101
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Herziening. Persoonsverwisseling. Aanvraag gegrond.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 3 maart 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:488
  2. Hoge Raad · 21 april 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:1101

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

Inhoudsopgave

21 april 2015

Strafkamer

nrs. S 14/04152 H, S 14/04155 H en S 14/04156 H

AGE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op aanvragen tot herziening van in kracht van gewijsde gegane vonnissen van de Politierechter in de Rechtbank Alkmaar van 3 oktober 2008, nummer 14/702569-08, de Politierechter in de Rechtbank Breda van 14 mei 2008, nummers 02/620162-08 en 02/620258-08 en de Politierechter in de Rechtbank 's-Gravenhage van 8 juli 2008, nummer 09/535218-08, ingediend door mr. J.A. Huibers, advocaat te Amsterdam, namens:

[aanvrager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.

1 De uitspraken waarvan herziening is gevraagd

De Politierechter in de Rechtbank Alkmaar heeft de aanvrager ter zake van "poging tot diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel" veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken. De Politierechter in de Rechtbank Breda heeft de aanvrager ter zake van driemaal "poging tot diefstal" veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand, met een proeftijd van twee jaren. De Politierechter in de Rechtbank 's-Gravenhage heeft de aanvrager ter zake van "poging tot diefstal" veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken.

2 De aanvragen tot herziening

2.1.

De aanvragen tot herziening zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

2.2.

De aanvragen berusten op de stelling dat sprake is van een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv. In de aanvragen wordt daartoe aangevoerd dat sprake is van een persoonsverwisseling.

3 De conclusie van de Advocaat-Generaal

De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvragen gegrond zal verklaren en de zaken zal verwijzen naar een Gerechtshof, opdat de zaken op de voet van art. 472, tweede lid, Sv opnieuw zullen worden berecht en afgedaan.

4 Beoordeling van de aanvragen

4.1.

Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.

4.2.

Hetgeen door de Advocaat-Generaal in zijn conclusie is vermeld, geeft steun aan de stelling waarop de aanvragen berusten, te weten dat in de zaken die hebben geleid tot de uitspraken waarvan herziening is gevraagd, sprake is geweest van een persoonsverwisseling.

4.3.

Een en ander levert het ernstig vermoeden op dat de Politierechters, waren zij hiermee bekend geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zouden hebben vrijgesproken.

5 Slotsom

Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat hier sprake is van een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv, zodat de aanvragen gegrond zijn en als volgt moet worden beslist.

6 Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart de aanvragen tot herziening gegrond;

beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormelde vonnissen;

verwijst de zaken naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaken op de voet van art. 472, tweede lid, Sv opnieuw zullen worden berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2015.

Mr. Balkema en mr. Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.