Strafrecht overig
Herziening. Feitelijke aanranding van de eerbaarheid en gekwalificeerde diefstal. Art. 457.1.c Sv (novum)…
Hoge Raad, 5 december 2017
ECLI:NL:HR:2017:3066 · Hoge Raad · 5 december 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/herziening/ecli-nl-hr-2017-3066
Zaakgegevens
Op 5 december 2017 heeft de Hoge Raad in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 december 2017
- Datum publicatie
- 5 december 2017
- Zaaknummers
- 16/03957, 16/03958
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- HerzieningHerzieningEen onherroepelijke uitspraak wordt opnieuw bekeken, omdat er nieuwe feiten zijn die de rechter niet kende.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:3066
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Herziening. Feitelijke aanranding van de eerbaarheid en gekwalificeerde diefstal. Art. 457.1.c Sv (novum), persoonsverwisseling. Hetgeen in de CAG is vermeld, geeft steun aan de stelling waarop de aanvragen berusten, te weten dat in de zaken die hebben geleid tot de uitspraken waarvan herziening is gevraagd sprake is geweest van een persoonsverwisseling. Aanvragen gegrond. CAG: De bij de aanvragen overgelegde stukken en de naar aanleiding daarvan uitgevoerde onderzoeken leveren voldoende aanwijzingen op dat sprake is geweest van een persoonsverwisseling, in die zin dat het ernstige vermoeden rijst dat niet aanvrager maar zijn tweelingbroer is aangehouden voor de strafbare feiten waarvoor aanvrager is veroordeeld.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 november 2017
ECLI:NL:PHR:2017:1306Hoge Raad · 5 december 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:3066
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
5 december 2017
Strafkamer
nrs. S 16/03957 H en S 16/03958 H
SSA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op aanvragen tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van
a. de Politierechter in de Rechtbank Amsterdam van 22 september 2015, nummer 13/126774-15 (hierna: zaak A), en
b. de Rechtbank Amsterdam van 11 november 2015, nummer 13/659147-15 (hierna: zaak B), ingediend door M. Berndsen, advocaat te Amsterdam, namens:
[aanvrager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985.
1 De uitspraken waarvan herziening is gevraagd
De Politierechter heeft de aanvrager in zaak A ter zake van "diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking" veroordeeld tot een werkstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis, alsmede een gevangenisstraf van 1 week, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
De Rechtbank heeft de aanvrager in zaak B ter zake van "feitelijke aanranding van de eerbaarheid" veroordeeld tot een geldboete van € 500,-, subsidiair 10 dagen hechtenis.
2 De aanvragen tot herziening
De aanvragen tot herziening zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De aanvragen berusten op de stelling dat sprake is van een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv. In de aanvragen wordt daartoe aangevoerd dat sprake is van een persoonsverwisseling.
3 De conclusie van de Advocaat-Generaal
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvragen gegrond zal verklaren, voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvragen vermelde uitspraken zal bevelen en de zaken zal verwijzen naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaken zullen worden berecht en afgedaan op de wijze als in art. 472, tweede lid, Sv is voorzien.
4 Beoordeling van de aanvragen
Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.
Hetgeen door de Advocaat-Generaal in zijn conclusie is vermeld, geeft steun aan de stelling waarop de aanvragen berusten, te weten dat in de zaken die hebben geleid tot de uitspraken waarvan herziening is gevraagd sprake is geweest van een persoonsverwisseling.
Een en ander levert het ernstig vermoeden op dat de Politierechter onderscheidenlijk de Rechtbank, ware zij hiermee bekend geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zouden hebben vrijgesproken.
5 Slotsom
Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat hier sprake is van een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv, zodat de aanvragen gegrond zijn en als volgt moet worden beslist.
6 Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart de aanvragen tot herziening gegrond;
beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormelde vonnissen;
verwijst de zaken naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaken op de voet van art. 472, tweede lid, Sv opnieuw zullen worden berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 december 2017.