Strafrecht overig
Herziening. Persoonsverwisseling. Aanvraag n-o, omdat deze op dezelfde gronden steunt die de HR eerder…
ECLI:NL:HR:2017:969 · Hoge Raad · 30 mei 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/herziening/ecli-nl-hr-2017-969
Zaakgegevens
Op 30 mei 2017 heeft de Hoge Raad in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 mei 2017
- Datum publicatie
- 30 mei 2017
- Zaaknummer
- 17/01649
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- HerzieningHerzieningEen onherroepelijke uitspraak wordt opnieuw bekeken, omdat er nieuwe feiten zijn die de rechter niet kende.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:969
Samenvatting
Herziening. Persoonsverwisseling. Aanvraag n-o, omdat deze op dezelfde gronden steunt die de HR eerder ongenoegzaam heeft bevonden, t.w. dat niet de aanvrager maar X de bestuurder is geweest van de personenauto waarmee de bewezenverklaarde snelheidsovertreding is begaan. Eerdere aanvraag: ECLI:NL:HR:2015:1803.
Uitspraak
Inhoudsopgave
30 mei 2017
Strafkamer
nr. S 17/01649 H
DAZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Rechtbank Rotterdam, sector Kanton, locatie Rotterdam, van 11 februari 2014, nummer 96/108831-13, ingediend door C.Y. Kekik, advocaat te Schiedam, namens:
[aanvrager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.
1 De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Kantonrechter heeft de aanvrager ter zake van "overtreding van het bepaalde in artikel 62 jo. bord A1 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990" gepleegd op 27 mei 2012, veroordeeld tot een werkstraf van 25 uren, subsidiair 12 dagen hechtenis.
2 Eerdere herzieningsaanvraag
De aanvrager heeft eerder herziening gevraagd van voormelde veroordeling. Die aanvraag is door de Hoge Raad bij arrest van 7 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1803 afgewezen.
3 De aanvraag tot herziening
De aanvraag berust op de stelling dat sprake is van een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv. In de aanvraag wordt daartoe aangevoerd dat niet de aanvrager maar een persoon genaamd [betrokkene 1] waarschijnlijk de bewezenverklaarde snelheidsovertreding heeft begaan. Dit wordt ondersteund door een schriftelijke verklaring van de aanvrager dat hij niet degene is die de overtreding heeft begaan en ook niet is staande gehouden, alsmede door een door genoemde [betrokkene 1] ondertekende schriftelijke verklaring, inhoudende dat hij op 27 mei 2012 de bestuurder van de personenauto van de aanvrager is geweest, onder bijvoeging van een kopie van het rijbewijs van genoemde [betrokkene 1] .
De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
4 Beoordeling van de aanvraag
Bij voormeld arrest van 7 juli 2015 heeft de Hoge Raad de herzieningsaanvraag op de volgende gronden afgewezen:
"De enkele schriftelijke verklaring van iemand die stelt dat hij de bestuurder is geweest van de personenauto waarmee de bewezenverklaarde snelheidsovertreding is begaan, biedt onvoldoende steun voor de juistheid van de gestelde persoonsverwisseling. Daarbij komt dat tot de stukken van het geding behoort een proces-verbaal van politie van 6 december 2012, opgemaakt door brigadier van politie [verbalisant], inhoudende als relaas van de verbalisant dat de door de staande gehouden persoon verstrekte personalia "conform rijbewijs" zijn, alsmede dat de aanvraag niet inhoudt dat genoemde [betrokkene 1] de persoon is geweest die is staande gehouden en dat deze bij die staandehouding de personalia van de aanvrager heeft opgegeven en diens rijbewijs heeft overgelegd."
De onderhavige aanvraag steunt op dezelfde gronden die de Hoge Raad bij voormeld arrest ongenoegzaam heeft bevonden, te weten dat niet de aanvrager maar [betrokkene 1] op 27 mei 2012 de bestuurder is geweest van de personenauto waarmee de bewezenverklaarde snelheidsovertreding is begaan. De aanvrager kan dan ook niet in zijn aanvraag worden ontvangen.
5 Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 mei 2017.