Strafrecht overig
Herziening. Snelheidsovertreding begaan door onbekend gebleven bestuurder van personenauto waarvan aanvrager…
Hoge Raad, 16 januari 2018
ECLI:NL:HR:2018:44 · Hoge Raad · 16 januari 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/herziening/ecli-nl-hr-2018-44
Zaakgegevens
Op 16 januari 2018 heeft de Hoge Raad in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 januari 2018
- Datum publicatie
- 16 januari 2018
- Zaaknummer
- 17/03102
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- HerzieningHerzieningEen onherroepelijke uitspraak wordt opnieuw bekeken, omdat er nieuwe feiten zijn die de rechter niet kende.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:44
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Herziening. Snelheidsovertreding begaan door onbekend gebleven bestuurder van personenauto waarvan aanvrager eigenaar is, art. 62 jo. bord A1 RVV 1990 jo. 181.1 WVW 1994. Veroordeling door Ktr waarna verdachte n-o is verklaard in zijn h.b. Het aangevoerde, nl. dat aanvrager o.g.v. art. 181.3 WVW 1994 tijdig de naam en de volledige adresgegevens van de bestuurder van de op zijn naam staande auto t.t.v. de snelheidsovertreding bekend heeft gemaakt, doch dat die bekendmaking abusievelijk niet in het dossier is opgenomen op basis waarvan Ktr de beslissing heeft genomen, moet op de gronden als vermeld in de CAG worden aangemerkt als een gegeven ex art. 457.1.c Sv. CAG: In art. 181.3.c WVW 1994 is bepaald dat lid 1 van dat artikel niet geldt als de eigenaar uiterlijk tijdens tz. de naam en het volledige adres van de bestuurder bekend maakt. Uit de bijlagen bij de herzieningsaanvraag blijkt dat aanvrager zowel op een daartoe bestemd antwoordformulier als in een schrijven aan Ktr de (persoons)gegevens van de bestuurder kenbaar heeft gemaakt. Deze stukken zijn echter nooit in het strafdossier beland en dus niet onder ogen van Ktr gekomen. Aanvraag gegrond. HR verwijst zaak naar Hof.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 november 2017
ECLI:NL:PHR:2017:1453Hoge Raad · 16 januari 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:44
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
16 januari 2018
Strafkamer
nr. S 17/03102 H
IV
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 13 april 2016, nummer 96/162863-15, ingediend door F.G.T. Meershoek, advocaat te 's-Gravenhage, namens:
[aanvrager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.
1 De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Kantonrechter heeft de aanvrager ter zake van "overtreding van het bepaalde in artikel 62 jo. bord A1 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990" in verbinding met art. 181, eerste lid, WVW 1994 veroordeeld tot een geldboete van € 1.350,-, subsidiair 23 dagen hechtenis, alsmede tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
2 De aanvraag tot herziening
De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De aanvraag berust op de stelling dat sprake is van een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv. In de aanvraag wordt daartoe aangevoerd dat de aanvrager op grond van art. 181, derde lid, WVW 1994 tijdig de naam en de volledige adresgegevens van de bestuurder van de op zijn naam staande auto ten tijde van de snelheidsovertreding bekend heeft gemaakt, doch dat die bekendmaking abusievelijk niet in het dossier is opgenomen op basis waarvan de Kantonrechter de beslissing heeft genomen.
3 De conclusie van de Advocaat-Generaal
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond zal verklaren, voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvraag vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak zal worden berecht en afgedaan op de wijze als in art. 472, tweede lid, Sv is voorzien.
4 Beoordeling van de aanvraag
Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.
Op de door de Advocaat-Generaal in zijn conclusie vermelde gronden moet het in de aanvraag aangevoerde worden aangemerkt als een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv.
5 Slotsom
Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de aanvraag gegrond is en als volgt moet worden beslist.
6 Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart de aanvraag tot herziening gegrond;
beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Kantonrechter;
verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak op de voet van art. 472, tweede lid, Sv opnieuw zal worden berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 januari 2018.