Strafrecht overig

Herziening. Medeplegen van diefstal (meermalen gepleegd). Persoonsverwisseling? Op de in de CAG vermelde…

Zaakgegevens

Op 23 januari 2018 heeft de Hoge Raad in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 januari 2018
Datum publicatie
24 januari 2018
Zaaknummer
16/01202
Procedure
Herziening
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:81
E-mail

Samenvatting

Herziening. Medeplegen van diefstal (meermalen gepleegd). Persoonsverwisseling? Op de in de CAG vermelde gronden kan het aangevoerde niet worden aangemerkt als een gegeven a.b.i. art. 457.1.c Sv. Afwijzing aanvraag. CAG: Noch de resultaten van het door hem verzochte nadere onderzoek noch de namens aanvrager ingebrachte stukken, geeft voldoende steun aan de stelling waarop aanvraag berust. Het is niet aannemelijk geworden dat de broer van aanvrager zich schuldig heeft gemaakt aan de winkeldiefstallen en zich heeft uitgegeven voor aanvrager.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 28 november 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:1478
  2. Hoge Raad · 23 januari 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:81

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

Inhoudsopgave

23 januari 2018

Strafkamer

nr. S 16/01202 H

MM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank Oost-Nederland, zittingsplaats Zutphen, van 1 februari 2013, nummer 06/190571-12, ingediend door D.E. Wiersum, advocaat te Haarlem, namens:

[aanvrager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992.

1 De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van

1. diefstal door twee of meer verenigde personen" en

2. " diefstal door twee of meer verenigde personen" veroordeeld tot een werkstraf van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis.

2 De aanvraag tot herziening

2.1.

De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.2.

De aanvraag berust op de stelling dat sprake is van een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv. In de aanvraag wordt daartoe aangevoerd dat sprake is van een persoonsverwisseling.

3 De conclusie van de Advocaat-Generaal

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvraag zal afwijzen.

4 Beoordeling van de aanvraag

4.1.

Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.

4.2.

Op de door de Advocaat-Generaal in zijn conclusie vermelde gronden kan het in de aanvraag aangevoerde niet worden aangemerkt als een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv. De aanvraag is dus ongegrond en moet ingevolge art. 470 Sv worden afgewezen.

5 Beslissing

De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 januari 2018.