Strafrecht overig

Herziening. Medeplegen kraken, art. 138a Sr. Aangevoerd wordt dat Pr aanvraagster zou hebben vrijgesproken…

Hoge Raad, 19 juni 2018

Zaakgegevens

Op 19 juni 2018 heeft de Hoge Raad in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 juni 2018
Datum publicatie
19 juni 2018
Zaaknummer
17/02507
Procedure
Herziening
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:945
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Herziening. Medeplegen kraken, art. 138a Sr. Aangevoerd wordt dat Pr aanvraagster zou hebben vrijgesproken indien hij bekend zou zijn geweest met nadien afgelegde verklaring verbalisant. Op de in CAG vermelde gronden is sprake van een gegeven a.b.i. art. 457 Sv. CAG: Nu blijkens op 27 juni 2016 afgelegde verklaring van verbalisant A tegenover Rh-C diens in het p-v van 30 december 2014 vervatte constatering dat aanvraagster is aangehouden in het pand niet berust op diens eigen waarneming en evenmin op de inhoud van de bijlagen waarnaar in dat p-v wordt verwezen, terwijl Pr de inhoud van dat p-v mede aan zijn beslissing dat aanvraagster het haar tlgd. feit heeft begaan ten grondslag heeft gelegd, rijst het ernstige vermoeden dat Pr, was hij met de tegenover Rh-C afgelegde verklaring van A bekend geweest, aanvraagster zou hebben vrijgesproken. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat Hof drie medeverdachten van aanvraagster, nadat o.m. verbalisant A door Rh-C was gehoord, van het tlgd. kraken heeft vrijgesproken bij gebrek aan overtuigend bewijs. HR verklaart aanvraag gegrond en verwijst zaak naar Hof.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 24 april 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:630
  2. Hoge Raad · 19 juni 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:945

Uitspraak

19 juni 2018

Strafkamer

nr. S 17/02507 H

ARA/IV

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank Den Haag van 22 juli 2015, nummer 09/286582-14, ingediend door W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, namens:

[aanvraagster] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992.

1 De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Politierechter heeft de aanvraagster ter zake van "medeplegen van kraken" veroordeeld tot een geldboete van € 500,-, subsidiair 10 dagen hechtenis.

2 De aanvraag tot herziening

2.1.

De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.2.

De aanvraag berust op de stelling dat sprake is van een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv. In de aanvraag wordt daartoe onder meer aangevoerd dat de Politierechter de aanvraagster zou hebben vrijgesproken van het haar tenlastegelegde indien hij bekend zou zijn geweest met de getuigenverklaringen die nadien zijn afgelegd.

3 De conclusie van de Advocaat-Generaal

De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond zal verklaren, de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvraag vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Hof Den Haag, opdat de zaak op de voet van art. 472, tweede lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.

4 Beoordeling van de aanvraag

4.1.

Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid tot - voor zover hier van belang - vrijspraak van de gewezen verdachte.

4.2.

Op de door de Advocaat-Generaal in zijn conclusie vermelde gronden moet het in de aanvraag aangevoerde worden aangemerkt als een gegeven als voormeld.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart de aanvraag tot herziening gegrond;

beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Politierechter;

verwijst de zaak naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op de voet van art. 472, tweede lid, Sv opnieuw zal worden berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 juni 2018.