Strafrecht overig
Herziening. Feitelijke leiding geven aan opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting (art. 68 jo…
Hoge Raad, 28 mei 2019
ECLI:NL:HR:2019:809 · Hoge Raad · 28 mei 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/herziening/ecli-nl-hr-2019-809
Zaakgegevens
Op 28 mei 2019 heeft de Hoge Raad in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 mei 2019
- Datum publicatie
- 23 mei 2019
- Zaaknummer
- 19/01399
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- HerzieningHerzieningEen onherroepelijke uitspraak wordt opnieuw bekeken, omdat er nieuwe feiten zijn die de rechter niet kende.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:809
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Herziening. Feitelijke leiding geven aan opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting (art. 68 jo. 69 AWR) en valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr) door 2 vennootschappen en witwassen van ten onrechte door belastingdienst uitgekeerde geldbedragen (art. 420bis.1.b Sr). Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn h.b. omdat het te laat is ingesteld. Aangevoerd wordt dat tijdig h.b. is ingesteld, nu aanvrager op dag dat vonnis door Rb is gewezen fax heeft gestuurd aan griffie Rb, welke fax slechts kan worden verstaan als bijzondere volmacht tot instellen van h.b. Aanvraag zal niet tot herziening kunnen leiden, reeds omdat arrest Hof tot herziening waarvan aanvraag strekt, niet is uitspraak houdende veroordeling in de zin van art. 457.1 Sv (vgl. ECLI:NL:HR:2007:BA0995). Aanvraag n-o. Vervolg op ECLI:NL:HR:2016:16 (strafzaak) en ECLI:NL:HR:2017:978 (eerdere herzieningsaanvraag gericht tegen vonnis Rb).
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/01399
Datum 28 mei 2019
ARREST
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 11 februari 2015, nummer 21/004999-14, ingediend door M.J.N. Vermeij, advocaat te ’s-Gravenhage,
namens
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,
hierna: de verdachte.
1 De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het Hof heeft de aanvrager niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen het vonnis van de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 24 december 2013.
2 De aanvraag tot herziening
De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3 Beoordeling van de aanvraag
De aanvraag zal niet tot herziening kunnen leiden, reeds omdat het arrest van het Hof tot herziening waarvan de aanvraag strekt, niet is een uitspraak houdende een veroordeling in de zin van art. 457, eerste lid, Sv. De aanvraag kan daarom – gelet op art. 465, eerste lid, Sv – niet worden ontvangen. (Vgl. met betrekking tot de uitspraak inhoudende de niet-ontvankelijkverklaring in het hoger beroep onder meer HR 20 maart 2007, ECLI:NL: HR:2007:BA0995.)
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 mei 2019.