Strafrecht overig
Herziening n.a.v. aanvraag AG bij HR. Tijdig ingetrokken klacht door klachtgerechtigde als nieuw gegeven…
ECLI:NL:HR:2021:332 · Hoge Raad · 2 maart 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/herziening/ecli-nl-hr-2021-332
Zaakgegevens
Op 2 maart 2021 heeft de Hoge Raad in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 maart 2021
- Datum publicatie
- 26 februari 2021
- Zaaknummer
- 21/00117
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- HerzieningHerzieningEen onherroepelijke uitspraak wordt opnieuw bekeken, omdat er nieuwe feiten zijn die de rechter niet kende.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:332
Samenvatting
Herziening n.a.v. aanvraag AG bij HR. Tijdig ingetrokken klacht door klachtgerechtigde als nieuw gegeven i.d.z.v. art. 457 Sv. HR verklaart de aanvraag tot herziening gegrond en verklaart het OM zelf n-o in de vervolging van de gewezen verdachte.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 januari 2021
ECLI:NL:PHR:2021:52Hoge Raad · 2 maart 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:332
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/00117 H
Datum 2 maart 2021
ARREST
op een aanvraag van de advocaat-generaal bij de Hoge Raad tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Lelystad, van 18 mei 2020, nummer 16-067048-20, gewezen in de strafzaak
tegen
[veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.
1 De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De politierechter heeft de gewezen verdachte ter zake van - kort gezegd - vernieling, gepleegd op 14 maart 2020, veroordeeld tot een taakstraf van 24 uren, subsidiair 12 dagen hechtenis, waarvan 12 uren, subsidiair 6 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
2 De aanvraag tot herziening
De aanvraag tot herziening is gedaan door advocaat-generaal E.J. Hofstee. Zijn daartoe ingediende vordering, die aan dit arrest is gehecht en daarvan deel uitmaakt, strekt tot vernietiging van het vonnis van de politierechter en tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging van de gewezen verdachte.
De aanvraag berust op de stelling dat sprake is van een gegeven als bedoeld in artikel 457 lid 1, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). In de aanvraag wordt daartoe aangevoerd dat de vader van de gewezen verdachte, als de tot klacht gerechtigde, zijn eerder ingediende klacht overeenkomstig het bepaalde in artikel 67 van het Wetboek van Strafrecht tijdig heeft ingetrokken en dat de politierechter bij het onderzoek op de terechtzitting daarmee niet bekend was. Ter onderbouwing daarvan wordt in de aanvraag gewezen op een aan de procureur-generaal van het parket bij de Hoge Raad gerichte brief van hoofdofficier van justitie R.T.C.N. Jeuken van 23 november 2020. Deze brief houdt in - samengevat - dat de vader van de gewezen verdachte op 20 maart 2020 zijn klacht heeft ingetrokken maar dat het daarvan opgemaakte proces-verbaal abusievelijk niet in het dossier terecht is gekomen dat de politierechter ter beschikking stond.
3 Beoordeling van de aanvraag
Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, volgens artikel 457 lid 1, aanhef en onder c, Sv alleen dienen een met stukken onderbouwd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.
Wat door de advocaat-generaal in zijn aanvraag is vermeld, geeft steun aan de stelling dat sprake is van een gegeven als bedoeld in artikel 457 lid 1, aanhef en onder c, Sv, zodat de aanvraag gegrond is. Omdat na verwijzing geen ander oordeel mogelijk zal zijn dan dat het vonnis van de politierechter van 18 mei 2020 zal worden vernietigd en het openbaar ministerie in de vervolging van de gewezen verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal deze verwijzing achterwege blijven en zal de Hoge Raad zelf het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging van de gewezen verdachte.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- verklaart de aanvraag tot herziening gegrond;
- vernietigt de uitspraak waarvan herziening is gevraagd;
- verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de gewezen verdachte [veroordeelde] .
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 maart 2021.