Strafrecht overig

Herziening. Mishandeling, begaan tegen levensgezel en kind (met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg)…

Zaakgegevens

Op 8 februari 2022 heeft de Hoge Raad in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 februari 2022
Datum publicatie
4 februari 2022
Zaaknummer
21/03489
Procedure
Herziening
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:149
E-mail

Samenvatting

Herziening. Mishandeling, begaan tegen levensgezel en kind (met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg), meermalen gepleegd (art. 300.1 jo. 304.1.1 en 300.2 Sr) en belediging, meermalen gepleegd (art. 266.1 Sr). Aangevoerd wordt dat sprake is van een gegeven a.b.i. art. 457.1.c Sv op de grond dat (1) door politie (ondersteund door OM) geen grondig onderzoek is gedaan, (2) sprake is van bewijs dat aangeefster manipulatief is en niet waarheid heeft verteld, (3) geen aanwijzingen bestaan dat aanvrager een (fysiek) agressief persoon is en (4) groot gedeelte van bewijsmiddelen verkeerd is geïnterpreteerd. Het aangevoerde en de ter ondersteuning bijgevoegde stukken wekken echter niet een ernstig vermoeden a.b.i. art. 457.1.c Sv. Aanvraag is daarom kennelijk ongegrond.

Afwijzing aanvraag.

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/03489 H

Datum 8 februari 2022

ARREST

op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de rechtbank Gelderland van 20 juni 2018, nummer 05/800005-18, ingediend door C.W. Langereis, advocaat te Arnhem,

namens

[aanvrager] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,

hierna: de aanvrager.

1 De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De rechtbank heeft de aanvrager veroordeeld voor “mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel, meermalen gepleegd”, “mishandeling, begaan tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, en eenvoudige belediging, telkens meermalen gepleegd”, en “mishandeling, begaan tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft”, tot een gevangenisstraf van dertig maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en de vrijheidsbeperkende maatregel dat de veroordeelde voor de duur van drie jaren op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen of zoeken met de slachtoffers.

2 De aanvraag tot herziening

De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3 Beoordeling van de aanvraag

3.1

Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, volgens artikel 457 lid 1, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) alleen dienen een met stukken onderbouwd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.

3.2

In de aanvraag wordt gesteld dat (1) door de politie, hierin ondersteund door het openbaar ministerie, geen grondig onderzoek is gedaan, (2) sprake is van bewijs dat aangeefster [aangeefster] manipulatief is en niet de waarheid heeft verteld, (3) er geen aanwijzingen bestaan dat de aanvrager een (fysiek) agressief persoon is, en (4) een groot gedeelte van de bewijsmiddelen verkeerd is geïnterpreteerd. Het daartoe aangevoerde en de ter ondersteuning bijgevoegde stukken wekken echter niet een ernstig vermoeden als hiervoor onder 3.1 vermeld.

3.3

De aanvraag is, gelet op wat hiervoor is overwogen, kennelijk ongegrond.

4 Beslissing

De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 februari 2022.