Strafrecht overig

Herziening. Verkrachting van ex-partner (art. 242 (oud) Sr). Motiveringseis art. 460.2 Sv. Aangevoerd wordt…

Zaakgegevens

Op 16 december 2025 heeft de Hoge Raad in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 december 2025
Datum publicatie
12 december 2025
Zaaknummer
25/03371
Procedure
Herziening
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1918
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Herziening. Verkrachting van ex-partner (art. 242 (oud) Sr). Motiveringseis art. 460.2 Sv. Aangevoerd wordt dat bij behandeling van zaak geen tolk aanwezig is geweest, aanvrager inmiddels beschikt over voicemailberichten van slachtoffer en rapportage van psychiater niet beschikbaar is gesteld, art. 457.1.c Sv.

Art. 460.2 Sv schrijft voor dat aanvraag tot herziening gronden moet vermelden waarop aanvraag berust en dat bij aanvraag de stukken moeten worden gevoegd ter onderbouwing van die gronden. Bij aanvraag zijn, ondanks daartoe aanvullend aan raadsman geboden gelegenheid, geen stukken gevoegd. Gevolg daarvan is dat HR aanvraag niet in behandeling kan nemen.

Aanvraag n-o.

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 25/03371 H

Datum 16 december 2025

ARREST

op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 14 maart 2023, nummer 16-242684-22, ingediend door J.J. Bronsveld, advocaat in Bergen op Zoom,

namens

[aanvrager],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,

hierna: de aanvrager.

1 De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De rechtbank heeft de aanvrager veroordeeld voor verkrachting tot een gevangenisstraf van 540 dagen, waarvan 374 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

2 De aanvraag tot herziening

De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3 Beoordeling van de aanvraag

3.1

Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, volgens artikel 457 lid 1, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) alleen dienen een met stukken onderbouwd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat, als dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.

3.2

Artikel 460 lid 2 Sv schrijft voor dat de aanvraag tot herziening de gronden moet vermelden waarop de aanvraag berust en dat bij de aanvraag stukken moeten worden gevoegd ter onderbouwing van die gronden.

3.3

Bij de aanvraag zijn, ondanks de daartoe aanvullend aan de raadsman geboden gelegenheid, geen stukken gevoegd. Het gevolg daarvan is – gelet op artikel 460 lid 2 en 465 lid 1 Sv – dat de Hoge Raad de aanvraag niet in behandeling kan nemen.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2025.