Civiel recht overig

Kantongerecht Amersfoort · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig

Kantongerecht Amersfoort, 13 september 2000

Zaakgegevens

Op 13 september 2000 heeft het Kantongerecht Amersfoort in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Datum uitspraak
13 september 2000
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
198372 EJ 00-2154
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:KTGAMF:2000:AA7370
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Uitspraak

198372 EJ 00-2154

13 september 2000

KANTONGERECHT TE AMERSFOORT

Beschikking in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Handels- en Constructiebedrijf H. Hardeman B.V.,

gevestigd te Veenendaal,

advocaat-gemachtigde: mr H. Braak te Veenendaal,

- t e g e n -

[VERWEERDER],

wonende te [woonplaats],

gemachtigde: mr M.J. Kolijn- van de Merwe [FNV Ledenservice te Bunnik].

. Het procesverloop

Handels- en Constructiebedrijf H. Hardeman B.V. heeft op 21 juni 2000 een verzoekschrift ingediend.

Daar heeft [verweerder] bij verweerschrift op gereageerd.

De zaak is behandeld op de terechtzitting van 22 augustus 2000; daar waren bij aanwezig namens Handels- en Constructiebedrijf H. Hardeman B.V. haar directeur,alsmede haar advocaat-gemachtigde; voorts waren aanwezig [verweerder] en zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling is heden uitspraak bepaald.

Het geschil en de beoordeling daarvan

1. Handels- en Constructiebedrijf H. Hardeman B.V. verzoekt de arbeidsovereenkomst tussen partijen op de kortst mogelijke termijn te ontbin-den

2. [verweerder] verzoekt primair om Handels- en Constructiebedrijf H. Hardeman B.V. niet-ontvankelijk te ver-kla-ren in haar verzoek, aangezien hij momenteel wegens ziekte niet in staat is de overeengekomen arbeid te verrich-ten, en Handels- en Constructiebedrijf H. Hardeman B.V. geen door de Landelijk instituut sociale verzekerin-gen [hierna: Lisv] goedgekeurd reïntegratie-plan heeft overge-legd. Subsi-diair bepleit [verweerder] afwijzing van het ver-zoek, wegens het ontbreken van een dringende reden dan wel een wijziging in de omstandigheden.

3. [Verweerder] is per 1 mei 1996 bij Handels- en Constructiebedrijf H. Hardeman B.V. in dienst getreden, waar hij laatstelijk in de functie van lasser een bruto maandsala-ris genoot van ¦ 3.605,- exclusief 8% vakantietoeslag.

Hem is in 1999 een WAO-uitkering toegekend.

[Verweerder] is thans 47 jaar oud.

4. Handels- en Constructiebedrijf H. Hardeman B.V. stelt zich op het standpunt dat de overlegging van een reïntegratieplan, als bedoeld in artikel 7:685, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek [BW], niet nodig is. Immers [verweerder] is vanaf sep-tember 1999 gedetineerd; naar aanleiding daarvan is sinds 4 juni 2000 zijn WAO-uitkering ingetrokken, waardoor controle op het eventueel ziek zijn van [verweerder] ont-breekt. Indien een werk-ne-mer gedetineerd is dient die oorzaak van verhindering om ar-beid te verrichten -aldus Handels- en Constructiebedrijf H. Hardeman B.V. - te preva-leren boven een eventuele ar-beidsongeschiktheid.

5. De kantonrechter kan het standpunt van Handels- en Constructiebedrijf H. Hardeman B.V. niet volgen. Vast staat dat [verweerder] -reeds vóórdat hij gedetineerd werd- ar-beidson-geschikt was en in verband daarmee een WAO-uitkering ge-noot. Die uitkering is niet beëindigd op grond dat [verweerder] weer her-steld was, maar omdat hij gedetineerd was. Dit blijkt uit de overgelegde gegevens van GAK Nederland B.V.. Er is geen verkla-ring overgelegd waaruit blijkt dat [verweerder] weer hersteld is. Overigens heeft [verweerder] aangevoerd dat hij, nadat hij op 10 juli 2000 uit detentie ontslagen was, weer een WAO-uitkering heeft aange-vraagd omdat hij van oordeel is dat hij nog steeds wegens ziekte niet kan werken; in verband daarmee zou op 31 au-gustus 2000 een nieuwe beoordeling plaatsvinden.

6. Bij de invoering van artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek heeft de wetgever -zoals niet alleen uit de tekst van het ar-tikel, maar ook uit de wetsgeschiedenis blijkt- uitdrukke-lijk verlangd dat de werkgever, in geval van arbeidsverhindering van de werknemer wegens ziekte, een door het Lisv goedgekeurd reïntegratie-plan wordt overge-legd. Gebeurt dat niet, dan moet de werkgever niet ontvanke-lijk worden ver-klaard.

7. Het hierboven overwogene leidt tot het oordeel dat Handels- en Constructiebedrijf H. Hardeman B.V. in zijn verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat aan-nemelijk is geworden dat [verweerder] ten tijde van ontvangst van het verzoekschrift ter griffie [en naar het zich laat aanzien ook thans nog] door ziekte verhinderd was zijn arbeid te ver-richten, en Handels- en Constructiebedrijf H. Hardeman B.V. geen reïntegratieplan heeft overgelegd. Daarbij zal zij -als zijnde de in het ongelijk ge-stelde par-tij- moeten opkomen voor de proceskosten.

III. De beslissing

De kantonrechter:

- verklaart Handels- en Constructiebedrijf H. Hardeman B.V. niet ontvankelijk in haar verzoek;

- veroordeelt Handels- en Constructiebedrijf H. Hardeman B.V. in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [verweerder] vastgesteld op ¦ 600,- aan salaris voor de gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mr J.H. Geertsema, kanton-rechter, en is in het bijzijn van de griffier uitge-spro-ken ter openbare terechtzitting van woensdag 13 september 2000.