Belastingrecht
Geen oplegging tweede primitieve aanslag als te weinig belasting is geheven.
Parket bij de Hoge Raad, 23 oktober 1922
ECLI:NL:PHR:1922:1 · Parket bij de Hoge Raad · 23 oktober 1922
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/ecli-nl-phr-1922-1
Zaakgegevens
Op 23 oktober 1922 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 oktober 1922
- Datum publicatie
- 26 februari 2024
- Zaaknummer
- 1112
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:1922:1
Samenvatting
Geen oplegging tweede primitieve aanslag als te weinig belasting is geheven.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 oktober 1922deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:1922:1
Hoge Raad · 6 december 1922
ECLI:NL:HR:1922:247
Conclusie
De Procureur-Generaal;
Overwegende, dat blijkt, dat aan verzoekster oorspronkelijk een aanslag was opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 6500 over het belastingjaar 1919/1920;
Overwegende, dat daarna over hetzelfde belastingjaar verzoekster een aanslag is opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 10777;
Overwegende, dat daarna de Raad van Beroep te Roermond op het beroep van verzoekster het inkomen van verzoekster heeft bepaald op ƒ 8000 en het bedrag van den naderen aanslag op ƒ 87,50;
Overwegende, dat hoofdstuk XI der Wet op de Inkomstenbelasting 1914 de wijze bevat, waarop moet worden gehandeld, wanneer ontdekt wordt, dat een te lage aanslag is opgelegd;
Overwegende, dat geen der bepalingen van dat Hoofdstuk zijn nageleefd en de Raad van Beroep, door te handelen gelijk hij deed, dezelfde bepalingen heeft geschonden;
Concludeert tot vernietiging van de bestreden uitspraak en voorts, dat de Hooge Raad zal verklaren, dat de nadere aanslag ten onrechte is opgelegd en te niet gedaan wordt.
Parket 23 October 1922