Belastingrecht
Herzieningsaanvrage. Aan de inhoud van de bij de aanvrage overgelegde verklaring ex art. 34 WAM…
Parket bij de Hoge Raad, 10 oktober 2006
ECLI:NL:PHR:2006:AY9744 · Parket bij de Hoge Raad · 10 oktober 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/ecli-nl-phr-2006-ay9744
Zaakgegevens
Op 10 oktober 2006 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 oktober 2006
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 00350/06 H
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2006:AY9744
Samenvatting
Herzieningsaanvrage. Aan de inhoud van de bij de aanvrage overgelegde verklaring ex art. 34 WAM, totstandgekomen en afgegeven nadat de PR uitspraak had gedaan, valt het ernstige vermoeden te ontlenen, dat de PR, ware hij daarmee bekend geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.
Procesgang
Hoge Raad · 10 oktober 2006
ECLI:NL:HR:2006:AY9744Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 oktober 2006deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2006:AY9744
Conclusie
Nr. 00350/06/H
Mr Machielse
Zitting 22 augustus 2006
Conclusie inzake:
[verdachte=aanvrager]
1. De politierechter te Almelo heeft verdachte bij vonnis op tegenspraak op 8 juli 2004 gewezen onder meer voor feit 4, het als bestuurder van een motorrijtuig daarmede op een weg rijden zonder dat voor dat motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen is gesloten en in standgehouden, veroordeeld tot een geldboete van € 300,00. Tegen dat vonnis is geen rechtsmiddel ingesteld.
2. Mr L.J. Speijdel, advocaat te Enschede, heeft een aanvraag tot herziening van dat vonnis ingediend voor zover het de veroordeling voor feit 4 betreft. De aanvraag berust op de stelling dat de auto met het kenteken [...] op 21 november 2003 wel verzekerd was. Als bewijsmiddel is bijgevoegd een geschrift, houdende een verklaring ex artikel 34 WAM met als inhoud dat op 21 november 2003 voor het motorrijtuig voorzien van kenteken [...] een verzekering van kracht was welke aan de op die datum door of krachtens de WAM gestelde eisen voldeed. Het geschrift meldt de naam van de verzekeraar en het polisnummer.
3. Het gegeven dat het vonnis indertijd op tegenspraak is gewezen ontlokt mij de verzuchting dat een zorgvuldige voorbereiding van de verdediging een herzieningsaanvraag overbodig had kunnen maken. Maar het is nu eenmaal niet anders.
4. Het bestaan van een artikel-34-WAMverklaring over de verzekering van de auto op 21 november 2003 is in verband met de vroegere geleverde bewijzen met de uitspraak niet bestaanbaar. Als de politierechter had geweten dat zo een verklaring kon worden afgegeven zou een veroordeling niet in de rede hebben gelegen, zodat het ernstige vermoeden bestaat dat zodanige wetenschap de politierechter tot een vrijspraak voor dit feit zou hebben gevoerd.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de aanvraag tot herziening gegrond zal verklaren, voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de politierechter in de rechtbank te Almelo van 8 juli 2004 zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te Arnhem, omdat de zaak op de voet van artikel 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden