Civiel recht overig
Art. 81 RO. Cassatie tegen uitvoerbaarverklaring bij voorraad van eerdere beslissing wat betreft daarin…
Parket bij de Hoge Raad, 9 december 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BT7188 · Parket bij de Hoge Raad · 9 december 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/ecli-nl-phr-2011-bt7188
Zaakgegevens
Op 9 december 2011 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 december 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/02492
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2011:BT7188
Samenvatting
Art. 81 RO. Cassatie tegen uitvoerbaarverklaring bij voorraad van eerdere beslissing wat betreft daarin uitgesproken veroordeling tot ontruiming.
Procesgang
Hoge Raad · 9 december 2011
ECLI:NL:HR:2011:BT7188Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 december 2011deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2011:BT7188
Conclusie
11/02492
mr. J. Spier
Zitting 7 oktober 2011 (bij vervroeging)
Verkorte conclusie inzake
[Eiseres]
tegen
[Verweerder]
1. Het cassatieberoep richt zich tegen het arrest van het Haagse Hof waarbij het arrest van datzelfde Hof, waartegen het middel in de zaak met rolnummer 10/005433 zich kant, uitvoerbaar bij voorraard is verklaard. Het beroep is tijdig ingesteld.
2. Blijkens de s.t. van de cassatiebezorger onder 1.7 heeft de ontruiming inmiddels plaatsgevonden.
3. De kernklacht voert, naar ik (uit de s.t. onder 3.1 en 3.2 en onderdeel 3) begrijp, aan dat art. 7:272 lid 1 BW categorisch in de weg staat aan een uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Dit categorisch blijkt uit het onderstreepte woordje "kunnen" in onderdeel 3. Deze zo algemene stelling berust evenwel op een onjuiste rechtsopvatting; zie T&C Burgerlijk Wetboek, Boeken 6, 7 en 8 (Huydecoper) art. 7:272 aant. 3. Het middel behelst niet de klacht dat in casu voor zodanige uitvoerbaar verklaring bij voorraard geen plaats was, noch ook dat het Hof zijn oordeel niet (toereikend) heeft gemotiveerd.
4. Onderdeel 7 betoogt dat geen termijn kon worden vastgesteld die al was verstreken. Die klacht mist belang omdat de ontruiming volgens de eigen stellingen van [eiseres] inmiddels heeft plaatsgevonden na het wijzen van het thans bestreden arrest, terwijl aan 's Hofs veroordeling geen dwangsom is verbonden.
Conclusie
Deze conclusie strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden,
Advocaat-Generaal