Civiel recht overig
Cassatieprocesrecht. Ontvankelijkheid (art. 426a lid 1 Rv). Cassatierekest niet ondertekend door advocaat.
Parket bij de Hoge Raad, 18 juli 2014
ECLI:NL:PHR:2014:1734 · Parket bij de Hoge Raad · 18 juli 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/ecli-nl-phr-2014-1734
Zaakgegevens
Op 18 juli 2014 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 juli 2014
- Datum publicatie
- 19 september 2014
- Zaaknummer
- 14/03015
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2014:1734
Samenvatting
Cassatieprocesrecht. Ontvankelijkheid (art. 426a lid 1 Rv). Cassatierekest niet ondertekend door advocaat.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 juli 2014deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2014:1734
Hoge Raad · 3 oktober 2014
ECLI:NL:HR:2014:2908Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
14/03015
Mr. F.F. Langemeijer
18 juli 2014 (art. 80a RO)
Conclusie inzake:
[verzoeker]
tegen
Officier van Justitie Den Haag
1. Bij beschikking van 13 maart 2014 heeft de rechtbank Den Haag een machtiging tot voortgezet verblijf als bedoeld in art. 15 Wet Bopz verleend ten aanzien van verzoeker tot cassatie (hierna: betrokkene).
2. Bij faxbericht, ter griffie ingekomen op 13 juni 2014, heeft mr. H.F. van Kregten, advocaat te Waddinxveen, namens betrokkene te kennen gegeven dat hij beroep in cassatie wil instellen tegen deze beschikking. Het faxbericht is tot op heden niet gevolgd door een verzoekschrift dat door een advocaat bij de Hoge Raad is ondertekend. Het cassatieverzoek behelst geen omschrijving van de middelen van cassatie en voldoet ook in dat opzicht niet aan de eisen van art. 426a Rv.
3. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,
a. - g.