Civiel recht overig
Cassatieprocesrecht. Ontvankelijkheid (art. 426a lid 1 Rv). Cassatierekest niet ondertekend door advocaat.
Hoge Raad, 3 oktober 2014
ECLI:NL:HR:2014:2908 · Hoge Raad · 3 oktober 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2014-2908
Zaakgegevens
Op 3 oktober 2014 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 oktober 2014
- Datum publicatie
- 3 oktober 2014
- Zaaknummer
- 14/03015
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.F. van Kregten
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:2908
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Cassatieprocesrecht. Ontvankelijkheid (art. 426a lid 1 Rv). Cassatierekest niet ondertekend door advocaat.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 juli 2014
ECLI:NL:PHR:2014:1734Hoge Raad · 3 oktober 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:2908
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
3 oktober 2014
Eerste Kamer
14/03015
AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. H.F. van Kregten,
t e g e n
de OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT DEN HAAG,
zetelende te Den Haag.
1 Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/09/461242 FA RK 14-1554 van de rechtbank Den Haag van 13 maart 2014.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek.
3 Beoordeling van de ontvankelijkheid
Het beroep in cassatie is vervat in een verzoekschrift dat niet is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Ingevolge art. 426a lid 1 Rv moet [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn beroep worden verklaard.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 3 oktober 2014.