Civiel recht overig
Ontvankelijkheid. Cassatieverzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad, art. 426a lid 1 Rv.
ECLI:NL:PHR:2015:35 · Parket bij de Hoge Raad · 23 januari 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/ecli-nl-phr-2015-35
Zaakgegevens
Op 23 januari 2015 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 januari 2015
- Datum publicatie
- 2 februari 2015
- Zaaknummer
- 14/05047
- Rechtsgebied
- Civiel recht Civiel recht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2015:35
Samenvatting
Ontvankelijkheid. Cassatieverzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad, art. 426a lid 1 Rv.
Procesgang
Uitspraak · 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:4010Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 januari 2015deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2015:35
Hoge Raad · 6 maart 2015
ECLI:NL:HR:2015:526Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
|
14/05047 |
Mr. L. Timmerman |
|
Zitting: 23 januari 2015 |
|
|
Conclusie inzake: |
|
|
[verzoekster], |
|
|
verzoekster tot cassatie |
Deze zaak leent zich voor een verkorte conclusie.
1. De rechtbank Noord-Holland heeft bij vonnis van 19 augustus 2014 het verzoek van verzoekster tot cassatie (“[verzoekster]”) tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen. De afwijzing is ex art. 288 lid 2 sub d Fw gebaseerd op de grond dat minder dan tien jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, ten aanzien van de schuldenaar de schuldsaneringsregeling van toepassing is geweest.
2. [verzoekster] is van voornoemd vonnis bij het gerechtshof Amsterdam in hoger beroep gekomen.
3. Bij arrest van 30 september 2014 heeft het hof voornoemd vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
4. [verzoekster] is van voornoemd arrest bij verzoekschrift, op 8 oktober 2014 bij de griffie van de Hoge Raad binnengekomen en dus tijdig, in cassatie gekomen.
5. Voornoemd verzoekschrift is ondertekend en ingediend door mr. S. Akkas, advocaat te Haarlem. Mr. Akkas is echter geen advocaat bij de Hoge Raad. Het verzoekschrift voldoet dan ook niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv, ingevolge welke bepaling beroep in cassatie wordt ingesteld bij een verzoekschrift, dat wordt getekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Dit gebrek brengt in beginsel mee dat [verzoekster] in haar cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
6. Bij arrest van 10 juli 2009 heeft de Hoge Raad uitgemaakt dat het verzuim om in het verzoekschrift advocaat te stellen, kan worden hersteld doordat binnen twee weken na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad van het oorspronkelijke verzoekschrift, een advocaat bij de Hoge Raad een door hem getekend exemplaar van datzelfde verzoekschrift ter griffie indient. In dat geval zal als de dag waarop de zaak is aangebracht gelden de dag waarop het oorspronkelijke verzoekschrift is ingediend.
7. In casu heeft de griffie van de Hoge Raad bij brieven van 15 oktober 2014 en 24 december 2014 mr. Akkas op voornoemde herstelmogelijkheid gewezen. De termijn van twee weken is echter verstreken zonder dat herstel heeft plaatsgevonden, zodat [verzoekster] in haar cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
8. Ik concludeer tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep.
De procureur-generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G