Civiel recht overig

Ontvankelijkheid. Cassatieverzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad, art. 426a lid 1 Rv.

Hoge Raad, 6 maart 2015

Zaakgegevens

Op 6 maart 2015 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 maart 2015
Datum publicatie
5 maart 2015
Zaaknummer
14/05047
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. S. Akkas.
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:526
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Ontvankelijkheid. Cassatieverzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad, art. 426a lid 1 Rv.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:GHAMS:2014:4010
  2. Conclusie A-G · 23 januari 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:35
  3. Hoge Raad · 6 maart 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:526

    Niet ontvankelijk · Conclusie gevolgd

Uitspraak

6 maart 2015

Eerste Kamer

14/05047

EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[verzoekster],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. S. Akkas.

Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak met het insolventienummer C/15/209963/FT RK 14.9 van de rechtbank Noord-Holland van 19 augustus 2014;

b. het arrest in de zaak 200.154.798/01 van het gerechtshof Amsterdam van 30 september 2014.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het beroep in cassatie is vervat in een verzoekschrift dat niet is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Ingevolge art. 426a lid 1 Rv moet [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar beroep worden verklaard.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 6 maart 2015.