Civiel recht overig
Ontvankelijkheid. Cassatieverzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad, art. 426a lid 1 Rv.
ECLI:NL:PHR:2015:687 · Parket bij de Hoge Raad · 22 mei 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/ecli-nl-phr-2015-687
Zaakgegevens
Op 22 mei 2015 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 mei 2015
- Datum publicatie
- 27 mei 2015
- Zaaknummer
- 15/01772
- Rechtsgebied
- Civiel recht Civiel recht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2015:687
Samenvatting
Ontvankelijkheid. Cassatieverzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad, art. 426a lid 1 Rv.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 mei 2015deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2015:687
Hoge Raad · 10 juli 2015
ECLI:NL:HR:2015:1863Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
Zaak 15/01772
Mr. P. Vlas
Zitting, 22 mei 2012
Conclusie inzake:
[verzoekster]
tegen
De Staat der Nederlanden (Ministerie van Veiligheid en Justitie, Immigratie- en Naturalisatiedienst)
(hierna te noemen: de Staat)
1. Bij beschikking van 15 januari 2015 heeft de rechtbank Den Haag het verzoek van [verzoekster] tot vaststelling van het Nederlanderschap afgewezen.
2. Bij verzoekschrift, op 15 april 2015 ingekomen ter griffie van de Hoge Raad, heeft mr. L.C. Blok namens [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het verzoekschrift voldoet niet aan het vereiste van art. 426a lid 1 Rv dat het is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Bij brief van 17 april 2015 heeft de griffie van de Hoge Raad mr. Blok bericht dat het verzuim binnen 14 dagen kan worden hersteld. Bij schrijven van 1 mei 2015 heeft mr. Blok verzocht om verlenging van deze termijn met 14 dagen. De rolraadsheer heeft dit verzoek afgewezen, hetgeen aan mr. Blok bij brief van 8 mei 2015 door de griffie van de Hoge Raad is medegedeeld.
3. Nu het genoemde verzuim niet is hersteld binnen de daarvoor gestelde termijn, kan [verzoekster] niet in haar cassatieberoep worden ontvangen.
4. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G