Civiel recht overig
Art. 80a lid 1 RO. Ontvankelijkheid. Cassatieverzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad…
ECLI:NL:PHR:2015:592 · Parket bij de Hoge Raad · 8 mei 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/ecli-nl-phr-2015-592
Zaakgegevens
Op 8 mei 2015 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 mei 2015
- Datum publicatie
- 13 mei 2015
- Zaaknummer
- 15/01611
- Rechtsgebied
- Civiel recht Civiel recht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2015:592
Samenvatting
Art. 80a lid 1 RO. Ontvankelijkheid. Cassatieverzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad, art. 426a lid 1 Rv.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 7 januari 2015
ECLI:NL:GHDHA:2015:278Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 mei 2015deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2015:592
Hoge Raad · 10 juli 2015
ECLI:NL:HR:2015:1848Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
15/01611
Mr. F.F. Langemeijer
8 mei 2015
Conclusie inzake:
[de moeder]
tegen
Raad voor de Kinderbescherming
1. Bij beschikking van 30 juli 2014 heeft de rechtbank Den Haag op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming de ouders, waaronder verzoekster tot cassatie (hierna: de moeder), ontheven van het ouderlijk gezag over twee minderjarige kinderen en een voogdes benoemd. Op het hoger beroep van de moeder heeft het gerechtshof Den Haag bij beschikking van 7 januari 2015 de beschikking van de rechtbank, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, bekrachtigd.
2. Bij verzoekschrift, op 7 april 2015 ingekomen ter griffie van de Hoge Raad, heeft mr. K. Bingöl namens de moeder beroep in cassatie ingesteld. Omdat het verzoekschrift niet voldoet aan het vereiste in art. 426a lid 1 Rv dat het is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad, is de moeder in de gelegenheid gesteld dit gebrek binnen 14 dagen te herstellen. Binnen deze termijn is het gebrek niet hersteld. Daarom kan de moeder niet in haar cassatieberoep worden ontvangen.
3. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden,
a. – g.