Insolventierecht
Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Afwijzing verzoek tot toelating schuldsanering; art. 288 lid 2 onder d Fw. Samenhang…
ECLI:NL:PHR:2013:804 · Parket bij de Hoge Raad · 6 september 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/ecli-nl-phr-2013-804
Zaakgegevens
Op 6 september 2013 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 september 2013
- Datum publicatie
- 18 september 2013
- Zaaknummer
- 13/03497
- Rechtsgebied
- Civiel recht Insolventierecht
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2013:804
Samenvatting
Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Afwijzing verzoek tot toelating schuldsanering; art. 288 lid 2 onder d Fw. Samenhang met 13/03499.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 september 2013deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2013:804
Hoge Raad · 25 oktober 2013
ECLI:NL:HR:2013:1035Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
Inhoudsopgave
|
13/03497 |
Mr. L. Timmerman |
|
Zitting 6 september 2013 |
|
|
Conclusie inzake: |
|
|
[verzoeker], |
|
|
verzoeker tot cassatie |
1 Voorgeschiedenis
Verzoeker en diens echtgenote [betrokkene] hebben op 15 april 2013 een verzoek bij de rechtbank Den Haag ingediend om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling.
Bij vonnis van 7 juni 2013 oordeelde de rechtbank dat nu op 12 januari 2007 de regeling op verzoeker van toepassing is verklaard en aan hem bij vonnis van 26 april 2010 geen schone lei is toegekend, omdat hij niet voldaan heeft aan zijn verplichtingen en er tijdens de regeling tevens nieuwe schulden zijn ontstaan, dit aan toelating tot de schuldsaneringsregeling in de weg staat.
Het hof heeft dit vonnis bij arrest van 9 juli 2013 bekrachtigd. Verzoeker is van dit arrest bij schriftuur, ingekomen bij de Hoge Raad op 17 juli 2013 en dus tijdig, in cassatie gekomen. De cassatieschriftuur bevat tevens een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ex art. 287 lid 4 Fw.
2 Bespreking van de cassatiemiddelen
In cassatie staat vast dat de wettelijke schuldsaneringsregeling op 12 januari 2007 op verzoeker van toepassing is verklaard en aan hem bij vonnis van 26 april 2010 geen schone lei is toegekend, omdat hij niet voldaan heeft aan zijn verplichtingen en er tijdens de regeling tevens nieuwe schulden zijn ontstaan.
Art. 288 lid 2 onder d Fw staat – imperatief – aan toelating in de weg indien minder dan tien jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, de schuldsaneringsregeling ten aanzien van de schuldenaar van toepassing is geweest, tenzij deze toepassing is beëindigd op grond van art. 350 lid 3 onder a of b Fw, of op grond van art. 350 lid 3 onder d Fw, om redenen die de schuldenaar niet waren toe te rekenen.
De Minister heeft in zijn antwoord van 23 april 2013 op kamervragen van de SP over dit punt onderstreept dat deze imperatieve afwijzingsgrond nog onverminderd geldt, en dat formulering van een generieke hardheidsclausule niet wordt overwogen. De hardheidsclausule van art. 288 lid 3 Fw ziet niet op art. 288 lid 2 onder d Fw. Het arrest van Uw Raad van 1 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY0964, geldt dus nog onverkort.
Nu het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling afgewezen dient te worden, komt zijn verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ex art. 287 lid 4 Fw ook niet voor toewijzing in aanmerking.
Conclusie
Deze strekt tot niet-ontvankelijkheid op de voet van art. 80a Ro.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden