Insolventierecht

Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Verzoek toelating tot schuldsaneringsregeling; art. 288 lid 2 sub d Fw.

Zaakgegevens

Op 1 februari 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 februari 2013
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
12/02556
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. J. Groen.
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:BY0964
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Verzoek toelating tot schuldsaneringsregeling; art. 288 lid 2 sub d Fw.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 1 februari 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:BY0964

  2. Conclusie A-G · 1 februari 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:BY0964

Uitspraak

1 februari 2013

Eerste Kamer

12/02556

EE/RM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Verzoekster],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. J. Groen.

Verzoekster tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak 12/266 R van de rechtbank Leeuwarden van 17 april 2012,

b. het arrest in de zaak 200.105.775 van het gerechtshof te Leeuwarden van 16 mei 2012.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, M.A. Loth, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 1 februari 2013.