Personen- en familierecht
Familierecht. Ondertoezichtstelling van een minderjarige; niet-ontvankelijk cassatieberoep wegens verstrijken…
Parket bij de Hoge Raad, 19 maart 2010
ECLI:NL:PHR:2010:BL0589 · Parket bij de Hoge Raad · 19 maart 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/ecli-nl-phr-2010-bl0589
Zaakgegevens
Op 19 maart 2010 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 maart 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/04060
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2010:BL0589
Samenvatting
Familierecht. Ondertoezichtstelling van een minderjarige; niet-ontvankelijk cassatieberoep wegens verstrijken geldigheid van de rechterlijke beschikking met betrekking tot de ondertoezichtstelling.
Procesgang
Hoge Raad · 19 maart 2010
ECLI:NL:HR:2010:BL0589Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 maart 2010deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2010:BL0589
Conclusie
09/04060
Mr. E.B. Rank-Berenschot
Parket, 25 januari 2010
CONCLUSIE inzake:
[De vader],
verzoeker tot cassatie,
adv. mr. J. Groen,
tegen
Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant,
verweerster in cassatie,
niet verschenen.
1. Het gaat in deze zaak om een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarige [de zoon], geboren op [geboortedatum] 1992 (hierna: [de zoon]), zoon van verzoeker tot cassatie, hierna: de vader. De ouders van [de zoon] zijn gescheiden. [De zoon] staat sinds 31 december 2001 onder toezicht van verweerster in cassatie, hierna: het Bureau Jeugdzorg. De moeder heeft sedert 2004 het eenhoofdig gezag.
2. Bij beschikking van 22 december 2008 heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch op verzoek van het Bureau Jeugdzorg de termijn van ondertoezichtstelling van [de zoon] met ingang van 30 december 2008 voor de duur van één jaar verlengd. De rechtbank heeft de vader in deze beschikking niet als belanghebbende aangemerkt.
3. De vader is van deze beschikking is in hoger beroep gekomen bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch. De grieven strekken tot betoog dat de rechtbank ten onrechte de vader niet als belanghebbende heeft aangemerkt, en dat de ondertoezichtstelling ten onrechte voor de duur van een jaar is verlengd. De vader heeft verzocht de beschikking waarvan beroep te vernietigen en alsnog te oordelen dat de vader als belanghebbende dient te worden aangemerkt met alle bijbehorende rechten en plichten.
4. Bij beschikking van 8 juli 2009 heeft het hof, na te hebben overwogen dat het de vader niet zal aanmerken als belanghebbende zoals bedoeld in art. 798 Rv, de vader niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.
5. De vader is van deze beschikking tijdig in cassatie gekomen. Het Bureau Jeugdzorg heeft geen verweerschrift in cassatie ingediend.
6. De geldigheidsduur van de verlenging van de ondertoezichtstelling is op 30 december 2009 verstreken. Om deze reden heeft de vader geen belang meer bij zijn cassatieberoep, zodat hij daarin niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
7. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de vader in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden,
A-G