Strafrecht overig
Herziening van tuchtbeschikking van Inspecteur voor Prijsbeheersing in Algemenen Dienst. Overtreding van…
ECLI:NL:PHR:1948:2 · Parket bij de Hoge Raad · 15 april 1948
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-1948-2
Zaakgegevens
Op 15 april 1948 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 april 1948
- Datum publicatie
- 1 april 2026
- Zaaknummer
- 3290
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:1948:2
Samenvatting
Herziening van tuchtbeschikking van Inspecteur voor Prijsbeheersing in Algemenen Dienst. Overtreding van Prijzenbeschikking 1940 N° 1 en art. 5 Prijsvormingsbesluit 1941. Is herziening mogelijk van tuchtbeschikking van Inspecteur voor Prijsbeheersing in Algemenen Dienst?
Tuchtbeschikking van Inspecteur voor Prijsbeheersing in Algemenen dienst betreft niet uitspraak (arrest of vonnis) van “rechter” a.b.i. in art. 457 Sv, zodat aanvraag niet kan worden ontvangen.
Aanvraag n-o.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 april 1948deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:1948:2
Hoge Raad · 11 mei 1948
ECLI:NL:HR:1948:118
Conclusie
No. 3290 Herziening.
van Mr.Dr.J. Wijnveldt.
conclusie inzake herzieningsaanvrage van de N.V. [A] te [vestigingsplaats] .
De Procureur-Generaal bij de Hooge Raad der Nederlanden,
Gezien nevensgaand verzoekschrift van de N.V. [A] tot herziening van een veroordeling door de Inspecteur voor de Prijsbeheersing in Algemene Dienst te Deventer van 9 April 1943 tot de daarin genoemde geldboeten,
Gelet op vorenbedoelde tuchtbeschikking,
Overwegende, dat in deze zaak niet gesproken kan worden hetzij van een arrest of vonnis, hetzij van onderzoek door een rechter in de zin van art. 457 W. v. Sv.,
Gezien de artt.457,465 W. v. Sv. ,
Concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van het verzoek.
Parket, 15 April 1948.